Level B1 · Regular
Informeren conjugation
informeren = to inform, to inquire
- Infinitive
- informeren
- Past
- informeerde · informeerden
- Perfect
- heeft geïnformeerd
Quick answer
Informeren means to inform, to inquire. Past tense: informeerde (singular) and informeerden (plural). Past participle: geïnformeerd, with hebben: ik heb geïnformeerd.
Practise informerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | informeer |
| jij | informeert |
| hij/zij/het | informeert |
| wij | informeren |
| jullie | informeren |
| zij | informeren |
Past (verleden tijd)
| ik | informeerde |
| jij | informeerde |
| hij/zij/het | informeerde |
| wij | informeerden |
| jullie | informeerden |
| zij | informeerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb geïnformeerd |
| jij | hebt geïnformeerd |
| hij/zij/het | heeft geïnformeerd |
| wij | hebben geïnformeerd |
| jullie | hebben geïnformeerd |
| zij | hebben geïnformeerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had geïnformeerd |
| jij | had geïnformeerd |
| hij/zij/het | had geïnformeerd |
| wij | hadden geïnformeerd |
| jullie | hadden geïnformeerd |
| zij | hadden geïnformeerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal informeren |
| jij | zult informeren |
| hij/zij/het | zal informeren |
| wij | zullen informeren |
| jullie | zullen informeren |
| zij | zullen informeren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou informeren |
| jij | zou informeren |
| hij/zij/het | zou informeren |
| wij | zouden informeren |
| jullie | zouden informeren |
| zij | zouden informeren |
Practise informeren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is informeer. The infinitive informeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (informeerde, informeerden) and the participle ends in -d (geïnformeerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij informeert, but informeer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of informeren?
informeerde (ik, jij, hij/zij/het) and informeerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of informeren?
geïnformeerd, with hebben: ik heb geïnformeerd.
Is informeren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb geïnformeerd, hij heeft geïnformeerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.