Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Tillen

tillen = to lift, to scam

Hele werkwoord
tillen
Verleden tijd
tilde · tilden
Voltooide tijd
heeft getild

Kort antwoord

Tillen is in het Engels to lift, to scam. Verleden tijd: tilde (enkelvoud) en tilden (meervoud). Voltooid deelwoord: getild, met hebben: ik heb getild.

Oefen tillen

Tegenwoordige tijd

iktil
jijtilt
hij/zij/hettilt
wijtillen
jullietillen
zijtillen

Verleden tijd

iktilde
jijtilde
hij/zij/hettilde
wijtilden
jullietilden
zijtilden

Voltooide tijd

ikheb getild
jijhebt getild
hij/zij/hetheeft getild
wijhebben getild
julliehebben getild
zijhebben getild

Voltooid verleden tijd

ikhad getild
jijhad getild
hij/zij/hethad getild
wijhadden getild
julliehadden getild
zijhadden getild

Toekomende tijd

ikzal tillen
jijzult tillen
hij/zij/hetzal tillen
wijzullen tillen
julliezullen tillen
zijzullen tillen

Voorwaardelijke wijs

ikzou tillen
jijzou tillen
hij/zij/hetzou tillen
wijzouden tillen
julliezouden tillen
zijzouden tillen

Oefen tillen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

tillen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Hij de zware doos zonder moeite.

  2. Verleden tijd

    Gisteren ik mijn kleine zusje op de bank.

  3. Voltooide tijd

    Jullie de kast al .

  4. Bijzin

    Mijn rug doet pijn omdat ik te zware tassen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is til. In tillen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (tilde, tilden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (getild).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij tilt, maar til jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van tillen?

tilde (ik, jij, hij/zij/het) en tilden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van tillen?

getild, met hebben: ik heb getild.

Gebruik je tillen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb getild, hij heeft getild.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.