Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitbreiden
uitbreiden = to expand
- Hele werkwoord
- uitbreiden
- Verleden tijd
- breidde uit · breidden uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgebreid
Kort antwoord
Uitbreiden is in het Engels to expand. Verleden tijd: breidde uit (enkelvoud) en breidden uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgebreid, met hebben: ik heb uitgebreid.
Oefen uitbreidenTegenwoordige tijd
| ik | breid uit |
| jij | breidt uit |
| hij/zij/het | breidt uit |
| wij | breiden uit |
| jullie | breiden uit |
| zij | breiden uit |
Verleden tijd
| ik | breidde uit |
| jij | breidde uit |
| hij/zij/het | breidde uit |
| wij | breidden uit |
| jullie | breidden uit |
| zij | breidden uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgebreid |
| jij | hebt uitgebreid |
| hij/zij/het | heeft uitgebreid |
| wij | hebben uitgebreid |
| jullie | hebben uitgebreid |
| zij | hebben uitgebreid |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgebreid |
| jij | had uitgebreid |
| hij/zij/het | had uitgebreid |
| wij | hadden uitgebreid |
| jullie | hadden uitgebreid |
| zij | hadden uitgebreid |
Toekomende tijd
| ik | zal uitbreiden |
| jij | zult uitbreiden |
| hij/zij/het | zal uitbreiden |
| wij | zullen uitbreiden |
| jullie | zullen uitbreiden |
| zij | zullen uitbreiden |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitbreiden |
| jij | zou uitbreiden |
| hij/zij/het | zou uitbreiden |
| wij | zouden uitbreiden |
| jullie | zouden uitbreiden |
| zij | zouden uitbreiden |
Uitbreiden is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik breid uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitbreid). Voltooid deelwoord: uitgebreid.
| Hoofdzin | ik breid uit |
| Vraag | breid jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitbreid |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitbreiden |
| Voltooide tijd | ik heb uitgebreid |
| Met om ... te | om uit te breiden |
| Gebiedende wijs | breid uit! |
Oefen uitbreiden
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitbreiden in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is breid. In breiden staat d voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (breidde, breidden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (uitgebreid).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik breid uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitbreid, ... dat ik uitbreidde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgebreid.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitbreiden?
breidde uit (ik, jij, hij/zij/het) en breidden uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitbreiden?
uitgebreid, met hebben: ik heb uitgebreid.
Gebruik je uitbreiden met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgebreid, hij heeft uitgebreid.
Is uitbreiden een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik breid uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitbreid). Voltooid deelwoord: uitgebreid.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.