Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitmaken
uitmaken = to end a relationship
- Hele werkwoord
- uitmaken
- Verleden tijd
- maakte uit · maakten uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgemaakt
Kort antwoord
Uitmaken is in het Engels to end a relationship. Verleden tijd: maakte uit (enkelvoud) en maakten uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgemaakt, met hebben: ik heb uitgemaakt.
Oefen uitmakenTegenwoordige tijd
| ik | maak uit |
| jij | maakt uit |
| hij/zij/het | maakt uit |
| wij | maken uit |
| jullie | maken uit |
| zij | maken uit |
Verleden tijd
| ik | maakte uit |
| jij | maakte uit |
| hij/zij/het | maakte uit |
| wij | maakten uit |
| jullie | maakten uit |
| zij | maakten uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgemaakt |
| jij | hebt uitgemaakt |
| hij/zij/het | heeft uitgemaakt |
| wij | hebben uitgemaakt |
| jullie | hebben uitgemaakt |
| zij | hebben uitgemaakt |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgemaakt |
| jij | had uitgemaakt |
| hij/zij/het | had uitgemaakt |
| wij | hadden uitgemaakt |
| jullie | hadden uitgemaakt |
| zij | hadden uitgemaakt |
Toekomende tijd
| ik | zal uitmaken |
| jij | zult uitmaken |
| hij/zij/het | zal uitmaken |
| wij | zullen uitmaken |
| jullie | zullen uitmaken |
| zij | zullen uitmaken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitmaken |
| jij | zou uitmaken |
| hij/zij/het | zou uitmaken |
| wij | zouden uitmaken |
| jullie | zouden uitmaken |
| zij | zouden uitmaken |
Uitmaken is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik maak uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitmaak). Voltooid deelwoord: uitgemaakt.
| Hoofdzin | ik maak uit |
| Vraag | maak jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitmaak |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitmaken |
| Voltooide tijd | ik heb uitgemaakt |
| Met om ... te | om uit te maken |
| Gebiedende wijs | maak uit! |
Oefen uitmaken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitmaken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is maak. In maken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (maakte, maakten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (uitgemaakt).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik maak uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitmaak, ... dat ik uitmaakte.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgemaakt.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitmaken?
maakte uit (ik, jij, hij/zij/het) en maakten uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitmaken?
uitgemaakt, met hebben: ik heb uitgemaakt.
Gebruik je uitmaken met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgemaakt, hij heeft uitgemaakt.
Is uitmaken een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik maak uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitmaak). Voltooid deelwoord: uitgemaakt.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.