Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular

Proeven conjugation

proeven = to taste, to sample

Infinitive
proeven
Past
proefde · proefden
Perfect
heeft geproefd

Quick answer

Proeven means to taste, to sample. Past tense: proefde (singular) and proefden (plural). Past participle: geproefd, with hebben: ik heb geproefd.

Practise proeven

Present (tegenwoordige tijd)

ikproef
jijproeft
hij/zij/hetproeft
wijproeven
jullieproeven
zijproeven

Past (verleden tijd)

ikproefde
jijproefde
hij/zij/hetproefde
wijproefden
jullieproefden
zijproefden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geproefd
jijhebt geproefd
hij/zij/hetheeft geproefd
wijhebben geproefd
julliehebben geproefd
zijhebben geproefd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geproefd
jijhad geproefd
hij/zij/hethad geproefd
wijhadden geproefd
julliehadden geproefd
zijhadden geproefd

Future (toekomende tijd)

ikzal proeven
jijzult proeven
hij/zij/hetzal proeven
wijzullen proeven
julliezullen proeven
zijzullen proeven

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou proeven
jijzou proeven
hij/zij/hetzou proeven
wijzouden proeven
julliezouden proeven
zijzouden proeven

Practise proeven

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is proef. The infinitive proeven has v before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (proefde, proefden) and the participle ends in -d (geproefd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij proeft, but proef jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of proeven?

proefde (ik, jij, hij/zij/het) and proefden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of proeven?

geproefd, with hebben: ik heb geproefd.

Is proeven used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geproefd, hij heeft geproefd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.