Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Uitschakelen

uitschakelen = to switch off

Hele werkwoord
uitschakelen
Verleden tijd
schakelde uit · schakelden uit
Voltooide tijd
heeft uitgeschakeld

Kort antwoord

Uitschakelen is in het Engels to switch off. Verleden tijd: schakelde uit (enkelvoud) en schakelden uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgeschakeld, met hebben: ik heb uitgeschakeld.

Oefen uitschakelen

Tegenwoordige tijd

ikschakel uit
jijschakelt uit
hij/zij/hetschakelt uit
wijschakelen uit
jullieschakelen uit
zijschakelen uit

Verleden tijd

ikschakelde uit
jijschakelde uit
hij/zij/hetschakelde uit
wijschakelden uit
jullieschakelden uit
zijschakelden uit

Voltooide tijd

ikheb uitgeschakeld
jijhebt uitgeschakeld
hij/zij/hetheeft uitgeschakeld
wijhebben uitgeschakeld
julliehebben uitgeschakeld
zijhebben uitgeschakeld

Voltooid verleden tijd

ikhad uitgeschakeld
jijhad uitgeschakeld
hij/zij/hethad uitgeschakeld
wijhadden uitgeschakeld
julliehadden uitgeschakeld
zijhadden uitgeschakeld

Toekomende tijd

ikzal uitschakelen
jijzult uitschakelen
hij/zij/hetzal uitschakelen
wijzullen uitschakelen
julliezullen uitschakelen
zijzullen uitschakelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou uitschakelen
jijzou uitschakelen
hij/zij/hetzou uitschakelen
wijzouden uitschakelen
julliezouden uitschakelen
zijzouden uitschakelen

Uitschakelen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik schakel uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitschakel). Voltooid deelwoord: uitgeschakeld.

Hoofdzinik schakel uit
Vraagschakel jij uit?
Bijzin… dat ik uitschakel
Met een modaal werkwoordik wil uitschakelen
Voltooide tijdik heb uitgeschakeld
Met om ... teom uit te schakelen
Gebiedende wijsschakel uit!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen uitschakelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

uitschakelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik de computer altijd voordat ik naar bed ga.

  2. Verleden tijd

    Hij het licht en ging slapen.

  3. Voltooide tijd

    Jij de verwarming nog niet .

  4. Bijzin

    De monteur zegt dat wij de machine eerst moeten .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is schakel. In schakelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (schakelde, schakelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (uitgeschakeld).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik schakel uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitschakel, ... dat ik uitschakelde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgeschakeld.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van uitschakelen?

schakelde uit (ik, jij, hij/zij/het) en schakelden uit (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van uitschakelen?

uitgeschakeld, met hebben: ik heb uitgeschakeld.

Gebruik je uitschakelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb uitgeschakeld, hij heeft uitgeschakeld.

Is uitschakelen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik schakel uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitschakel). Voltooid deelwoord: uitgeschakeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.