Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Uitslapen

uitslapen = to sleep in

Hele werkwoord
uitslapen
Verleden tijd
sliep uit · sliepen uit
Voltooide tijd
heeft uitgeslapen

Kort antwoord

Uitslapen is in het Engels to sleep in. Verleden tijd: sliep uit (enkelvoud) en sliepen uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgeslapen, met hebben: ik heb uitgeslapen.

Oefen uitslapen

Tegenwoordige tijd

ikslaap uit
jijslaapt uit
hij/zij/hetslaapt uit
wijslapen uit
jullieslapen uit
zijslapen uit

Verleden tijd

iksliep uit
jijsliep uit
hij/zij/hetsliep uit
wijsliepen uit
julliesliepen uit
zijsliepen uit

Voltooide tijd

ikheb uitgeslapen
jijhebt uitgeslapen
hij/zij/hetheeft uitgeslapen
wijhebben uitgeslapen
julliehebben uitgeslapen
zijhebben uitgeslapen

Voltooid verleden tijd

ikhad uitgeslapen
jijhad uitgeslapen
hij/zij/hethad uitgeslapen
wijhadden uitgeslapen
julliehadden uitgeslapen
zijhadden uitgeslapen

Toekomende tijd

ikzal uitslapen
jijzult uitslapen
hij/zij/hetzal uitslapen
wijzullen uitslapen
julliezullen uitslapen
zijzullen uitslapen

Voorwaardelijke wijs

ikzou uitslapen
jijzou uitslapen
hij/zij/hetzou uitslapen
wijzouden uitslapen
julliezouden uitslapen
zijzouden uitslapen

Uitslapen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik slaap uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitslaap). Voltooid deelwoord: uitgeslapen.

Hoofdzinik slaap uit
Vraagslaap jij uit?
Bijzin… dat ik uitslaap
Met een modaal werkwoordik wil uitslapen
Voltooide tijdik heb uitgeslapen
Met om ... teom uit te slapen
Gebiedende wijsslaap uit!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen uitslapen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

uitslapen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik in het weekend altijd lekker .

  2. Verleden tijd

    Gisteren zij heerlijk .

  3. Voltooide tijd

    Jij vanmorgen mooi .

  4. Bijzin

    Ik ben blij, omdat wij morgen eindelijk .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: uitslapen, sliep uit, uitgeslapen.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik slaap uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitslaap, ... dat ik uitsliep.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgeslapen.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van uitslapen?

sliep uit (ik, jij, hij/zij/het) en sliepen uit (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van uitslapen?

uitgeslapen, met hebben: ik heb uitgeslapen.

Gebruik je uitslapen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb uitgeslapen, hij heeft uitgeslapen.

Is uitslapen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik slaap uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitslaap). Voltooid deelwoord: uitgeslapen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.