Niveau A2 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitslapen
uitslapen = to sleep in
- Hele werkwoord
- uitslapen
- Verleden tijd
- sliep uit · sliepen uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgeslapen
Kort antwoord
Uitslapen is in het Engels to sleep in. Verleden tijd: sliep uit (enkelvoud) en sliepen uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgeslapen, met hebben: ik heb uitgeslapen.
Oefen uitslapenTegenwoordige tijd
| ik | slaap uit |
| jij | slaapt uit |
| hij/zij/het | slaapt uit |
| wij | slapen uit |
| jullie | slapen uit |
| zij | slapen uit |
Verleden tijd
| ik | sliep uit |
| jij | sliep uit |
| hij/zij/het | sliep uit |
| wij | sliepen uit |
| jullie | sliepen uit |
| zij | sliepen uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgeslapen |
| jij | hebt uitgeslapen |
| hij/zij/het | heeft uitgeslapen |
| wij | hebben uitgeslapen |
| jullie | hebben uitgeslapen |
| zij | hebben uitgeslapen |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgeslapen |
| jij | had uitgeslapen |
| hij/zij/het | had uitgeslapen |
| wij | hadden uitgeslapen |
| jullie | hadden uitgeslapen |
| zij | hadden uitgeslapen |
Toekomende tijd
| ik | zal uitslapen |
| jij | zult uitslapen |
| hij/zij/het | zal uitslapen |
| wij | zullen uitslapen |
| jullie | zullen uitslapen |
| zij | zullen uitslapen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitslapen |
| jij | zou uitslapen |
| hij/zij/het | zou uitslapen |
| wij | zouden uitslapen |
| jullie | zouden uitslapen |
| zij | zouden uitslapen |
Uitslapen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik slaap uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitslaap). Voltooid deelwoord: uitgeslapen.
| Hoofdzin | ik slaap uit |
| Vraag | slaap jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitslaap |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitslapen |
| Voltooide tijd | ik heb uitgeslapen |
| Met om ... te | om uit te slapen |
| Gebiedende wijs | slaap uit! |
Oefen uitslapen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitslapen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: uitslapen, sliep uit, uitgeslapen.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik slaap uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitslaap, ... dat ik uitsliep.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgeslapen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitslapen?
sliep uit (ik, jij, hij/zij/het) en sliepen uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitslapen?
uitgeslapen, met hebben: ik heb uitgeslapen.
Gebruik je uitslapen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgeslapen, hij heeft uitgeslapen.
Is uitslapen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik slaap uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitslaap). Voltooid deelwoord: uitgeslapen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.