Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Zaaien conjugation

zaaien = to sow, spread

Infinitive
zaaien
Past
zaaide · zaaiden
Perfect
heeft gezaaid

Quick answer

Zaaien means to sow, spread. Past tense: zaaide (singular) and zaaiden (plural). Past participle: gezaaid, with hebben: ik heb gezaaid.

Practise zaaien

Present (tegenwoordige tijd)

ikzaai
jijzaait
hij/zij/hetzaait
wijzaaien
julliezaaien
zijzaaien

Past (verleden tijd)

ikzaaide
jijzaaide
hij/zij/hetzaaide
wijzaaiden
julliezaaiden
zijzaaiden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gezaaid
jijhebt gezaaid
hij/zij/hetheeft gezaaid
wijhebben gezaaid
julliehebben gezaaid
zijhebben gezaaid

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gezaaid
jijhad gezaaid
hij/zij/hethad gezaaid
wijhadden gezaaid
julliehadden gezaaid
zijhadden gezaaid

Future (toekomende tijd)

ikzal zaaien
jijzult zaaien
hij/zij/hetzal zaaien
wijzullen zaaien
julliezullen zaaien
zijzullen zaaien

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou zaaien
jijzou zaaien
hij/zij/hetzou zaaien
wijzouden zaaien
julliezouden zaaien
zijzouden zaaien

Practise zaaien

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is zaai. The infinitive zaaien has i before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (zaaide, zaaiden) and the participle ends in -d (gezaaid).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij zaait, but zaai jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of zaaien?

zaaide (ik, jij, hij/zij/het) and zaaiden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of zaaien?

gezaaid, with hebben: ik heb gezaaid.

Is zaaien used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gezaaid, hij heeft gezaaid.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.