Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Uitstralen

uitstralen = to radiate

Hele werkwoord
uitstralen
Verleden tijd
straalde uit · straalden uit
Voltooide tijd
heeft uitgestraald

Kort antwoord

Uitstralen is in het Engels to radiate. Verleden tijd: straalde uit (enkelvoud) en straalden uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgestraald, met hebben: ik heb uitgestraald.

Oefen uitstralen

Tegenwoordige tijd

ikstraal uit
jijstraalt uit
hij/zij/hetstraalt uit
wijstralen uit
julliestralen uit
zijstralen uit

Verleden tijd

ikstraalde uit
jijstraalde uit
hij/zij/hetstraalde uit
wijstraalden uit
julliestraalden uit
zijstraalden uit

Voltooide tijd

ikheb uitgestraald
jijhebt uitgestraald
hij/zij/hetheeft uitgestraald
wijhebben uitgestraald
julliehebben uitgestraald
zijhebben uitgestraald

Voltooid verleden tijd

ikhad uitgestraald
jijhad uitgestraald
hij/zij/hethad uitgestraald
wijhadden uitgestraald
julliehadden uitgestraald
zijhadden uitgestraald

Toekomende tijd

ikzal uitstralen
jijzult uitstralen
hij/zij/hetzal uitstralen
wijzullen uitstralen
julliezullen uitstralen
zijzullen uitstralen

Voorwaardelijke wijs

ikzou uitstralen
jijzou uitstralen
hij/zij/hetzou uitstralen
wijzouden uitstralen
julliezouden uitstralen
zijzouden uitstralen

Uitstralen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik straal uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitstraal). Voltooid deelwoord: uitgestraald.

Hoofdzinik straal uit
Vraagstraal jij uit?
Bijzin… dat ik uitstraal
Met een modaal werkwoordik wil uitstralen
Voltooide tijdik heb uitgestraald
Met om ... teom uit te stralen
Gebiedende wijsstraal uit!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen uitstralen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

uitstralen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Zij altijd veel rust en vertrouwen .

  2. Verleden tijd

    De oude lamp een warm licht .

  3. Voltooide tijd

    De bruid de hele dag geluk .

  4. Bijzin

    Iedereen vindt hem aardig omdat hij zoveel energie .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is straal. In stralen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (straalde, straalden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (uitgestraald).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik straal uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitstraal, ... dat ik uitstraalde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgestraald.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van uitstralen?

straalde uit (ik, jij, hij/zij/het) en straalden uit (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van uitstralen?

uitgestraald, met hebben: ik heb uitgestraald.

Gebruik je uitstralen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb uitgestraald, hij heeft uitgestraald.

Is uitstralen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik straal uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitstraal). Voltooid deelwoord: uitgestraald.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.