Niveau B2 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitwijken
uitwijken = to move aside
- Hele werkwoord
- uitwijken
- Verleden tijd
- week uit · weken uit
- Voltooide tijd
- is uitgeweken
Kort antwoord
Uitwijken is in het Engels to move aside. Verleden tijd: week uit (enkelvoud) en weken uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgeweken, met zijn: ik ben uitgeweken.
Oefen uitwijkenTegenwoordige tijd
| ik | wijk uit |
| jij | wijkt uit |
| hij/zij/het | wijkt uit |
| wij | wijken uit |
| jullie | wijken uit |
| zij | wijken uit |
Verleden tijd
| ik | week uit |
| jij | week uit |
| hij/zij/het | week uit |
| wij | weken uit |
| jullie | weken uit |
| zij | weken uit |
Voltooide tijd
| ik | ben uitgeweken |
| jij | bent uitgeweken |
| hij/zij/het | is uitgeweken |
| wij | zijn uitgeweken |
| jullie | zijn uitgeweken |
| zij | zijn uitgeweken |
Voltooid verleden tijd
| ik | was uitgeweken |
| jij | was uitgeweken |
| hij/zij/het | was uitgeweken |
| wij | waren uitgeweken |
| jullie | waren uitgeweken |
| zij | waren uitgeweken |
Toekomende tijd
| ik | zal uitwijken |
| jij | zult uitwijken |
| hij/zij/het | zal uitwijken |
| wij | zullen uitwijken |
| jullie | zullen uitwijken |
| zij | zullen uitwijken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitwijken |
| jij | zou uitwijken |
| hij/zij/het | zou uitwijken |
| wij | zouden uitwijken |
| jullie | zouden uitwijken |
| zij | zouden uitwijken |
Uitwijken is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik wijk uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitwijk). Voltooid deelwoord: uitgeweken.
| Hoofdzin | ik wijk uit |
| Vraag | wijk jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitwijk |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitwijken |
| Voltooide tijd | ik ben uitgeweken |
| Met om ... te | om uit te wijken |
| Gebiedende wijs | wijk uit! |
Oefen uitwijken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitwijken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: uitwijken, week uit, uitgeweken.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik wijk uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitwijk, ... dat ik uitweek.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgeweken.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben uitgeweken, niet ik heb uitgeweken.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitwijken?
week uit (ik, jij, hij/zij/het) en weken uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitwijken?
uitgeweken, met zijn: ik ben uitgeweken.
Gebruik je uitwijken met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben uitgeweken, hij is uitgeweken.
Is uitwijken een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik wijk uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitwijk). Voltooid deelwoord: uitgeweken.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.