Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Veranderen

veranderen = to change

Hele werkwoord
veranderen
Verleden tijd
veranderde · veranderden
Voltooide tijd
heeft / is veranderd

Kort antwoord

Veranderen is in het Engels to change. Verleden tijd: veranderde (enkelvoud) en veranderden (meervoud). Voltooid deelwoord: veranderd, met hebben / zijn: ik heb / ben veranderd.

Oefen veranderen

Tegenwoordige tijd

ikverander
jijverandert
hij/zij/hetverandert
wijveranderen
jullieveranderen
zijveranderen

Verleden tijd

ikveranderde
jijveranderde
hij/zij/hetveranderde
wijveranderden
jullieveranderden
zijveranderden

Voltooide tijd

ikheb / ben veranderd
jijhebt / bent veranderd
hij/zij/hetheeft / is veranderd
wijhebben / zijn veranderd
julliehebben / zijn veranderd
zijhebben / zijn veranderd

Voltooid verleden tijd

ikhad / was veranderd
jijhad / was veranderd
hij/zij/hethad / was veranderd
wijhadden / waren veranderd
julliehadden / waren veranderd
zijhadden / waren veranderd

Toekomende tijd

ikzal veranderen
jijzult veranderen
hij/zij/hetzal veranderen
wijzullen veranderen
julliezullen veranderen
zijzullen veranderen

Voorwaardelijke wijs

ikzou veranderen
jijzou veranderen
hij/zij/hetzou veranderen
wijzouden veranderen
julliezouden veranderen
zijzouden veranderen

Oefen veranderen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

veranderen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het weer vandaag heel snel.

  2. Verleden tijd

    Zij haar plannen voor het weekend.

  3. Voltooide tijd

    Onze stad de laatste jaren erg .

  4. Bijzin

    Ik ben verrast omdat jij je mening zo snel .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is verander. In veranderen staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (veranderde, veranderden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (veranderd).
  • Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: veranderd.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij verandert, maar verander jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb mijn plannen veranderd. De stad is sterk veranderd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van veranderen?

veranderde (ik, jij, hij/zij/het) en veranderden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van veranderen?

veranderd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb mijn plannen veranderd. De stad is sterk veranderd.

Gebruik je veranderen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb mijn plannen veranderd. De stad is sterk veranderd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.