Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Verwarren

verwarren = to confuse, tangle

Hele werkwoord
verwarren
Verleden tijd
verwarde · verwarden
Voltooide tijd
heeft verward

Kort antwoord

Verwarren is in het Engels to confuse, tangle. Verleden tijd: verwarde (enkelvoud) en verwarden (meervoud). Voltooid deelwoord: verward, met hebben: ik heb verward.

Oefen verwarren

Tegenwoordige tijd

ikverwar
jijverwart
hij/zij/hetverwart
wijverwarren
jullieverwarren
zijverwarren

Verleden tijd

ikverwarde
jijverwarde
hij/zij/hetverwarde
wijverwarden
jullieverwarden
zijverwarden

Voltooide tijd

ikheb verward
jijhebt verward
hij/zij/hetheeft verward
wijhebben verward
julliehebben verward
zijhebben verward

Voltooid verleden tijd

ikhad verward
jijhad verward
hij/zij/hethad verward
wijhadden verward
julliehadden verward
zijhadden verward

Toekomende tijd

ikzal verwarren
jijzult verwarren
hij/zij/hetzal verwarren
wijzullen verwarren
julliezullen verwarren
zijzullen verwarren

Voorwaardelijke wijs

ikzou verwarren
jijzou verwarren
hij/zij/hetzou verwarren
wijzouden verwarren
julliezouden verwarren
zijzouden verwarren

Oefen verwarren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

verwarren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Verleden tijd

    De moeilijke vraag de student helemaal.

  2. Voltooide tijd

    Ik de twee woorden .

  3. Bijzin

    De toerist is boos omdat de kaart hem .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is verwar. In verwarren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (verwarde, verwarden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (verward).
  • Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: verward.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij verwart, maar verwar jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van verwarren?

verwarde (ik, jij, hij/zij/het) en verwarden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van verwarren?

verward, met hebben: ik heb verward.

Gebruik je verwarren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb verward, hij heeft verward.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.