Niveau A2 · Onregelmatig
Vervoeging van Vliegen
vliegen = to fly
- Hele werkwoord
- vliegen
- Verleden tijd
- vloog · vlogen
- Voltooide tijd
- heeft / is gevlogen
Kort antwoord
Vliegen is in het Engels to fly. Verleden tijd: vloog (enkelvoud) en vlogen (meervoud). Voltooid deelwoord: gevlogen, met hebben / zijn: ik heb / ben gevlogen.
Oefen vliegenTegenwoordige tijd
| ik | vlieg |
| jij | vliegt |
| hij/zij/het | vliegt |
| wij | vliegen |
| jullie | vliegen |
| zij | vliegen |
Verleden tijd
| ik | vloog |
| jij | vloog |
| hij/zij/het | vloog |
| wij | vlogen |
| jullie | vlogen |
| zij | vlogen |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben gevlogen |
| jij | hebt / bent gevlogen |
| hij/zij/het | heeft / is gevlogen |
| wij | hebben / zijn gevlogen |
| jullie | hebben / zijn gevlogen |
| zij | hebben / zijn gevlogen |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was gevlogen |
| jij | had / was gevlogen |
| hij/zij/het | had / was gevlogen |
| wij | hadden / waren gevlogen |
| jullie | hadden / waren gevlogen |
| zij | hadden / waren gevlogen |
Toekomende tijd
| ik | zal vliegen |
| jij | zult vliegen |
| hij/zij/het | zal vliegen |
| wij | zullen vliegen |
| jullie | zullen vliegen |
| zij | zullen vliegen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou vliegen |
| jij | zou vliegen |
| hij/zij/het | zou vliegen |
| wij | zouden vliegen |
| jullie | zouden vliegen |
| zij | zouden vliegen |
Oefen vliegen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
vliegen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: vliegen, vloog, gevlogen.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij vliegt, maar vlieg jij?
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb nog nooit eerste klas gevlogen. We zijn gisteren naar Spanje gevlogen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van vliegen?
vloog (ik, jij, hij/zij/het) en vlogen (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van vliegen?
gevlogen, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb nog nooit eerste klas gevlogen. We zijn gisteren naar Spanje gevlogen.
Gebruik je vliegen met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb nog nooit eerste klas gevlogen. We zijn gisteren naar Spanje gevlogen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.