Dutch Fluency
Визнач мій рівеньРівень
Увійти

Рівень A2 · Неправильне

Відмінювання Vliegen

vliegen = літати

Інфінітив
vliegen
Минулий
vloog · vlogen
Перфект
heeft / is gevlogen

Коротка відповідь

Vliegen означає «літати». Минулий час: vloog (однина) і vlogen (множина). Дієприкметник (voltooid deelwoord): gevlogen, з hebben / zijn: ik heb / ben gevlogen.

Практика: vliegen

Теперішній (tegenwoordige tijd)

ikvlieg
jijvliegt
hij/zij/hetvliegt
wijvliegen
jullievliegen
zijvliegen

Минулий (verleden tijd)

ikvloog
jijvloog
hij/zij/hetvloog
wijvlogen
jullievlogen
zijvlogen

Перфект (voltooide tijd)

ikheb / ben gevlogen
jijhebt / bent gevlogen
hij/zij/hetheeft / is gevlogen
wijhebben / zijn gevlogen
julliehebben / zijn gevlogen
zijhebben / zijn gevlogen

Давноминулий (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gevlogen
jijhad / was gevlogen
hij/zij/hethad / was gevlogen
wijhadden / waren gevlogen
julliehadden / waren gevlogen
zijhadden / waren gevlogen

Майбутній (toekomende tijd)

ikzal vliegen
jijzult vliegen
hij/zij/hetzal vliegen
wijzullen vliegen
julliezullen vliegen
zijzullen vliegen

Умовний спосіб (voorwaardelijke wijs)

ikzou vliegen
jijzou vliegen
hij/zij/hetzou vliegen
wijzouden vliegen
julliezouden vliegen
zijzouden vliegen

Практика: vliegen

Шість коротких форм. Введіть відповідь, натисніть Enter і одразу побачите, чи правильно.

1 з 60 ✓

Теперішній

ik

vliegen у реченні

Впишіть правильну форму. Речення підказує, хто і коли, а після перевірки ви побачите, що воно означає.

  1. Теперішній

    Wij morgen met het vliegtuig naar Italië.

  2. Минулий

    De vogels gisteren over ons huis naar het zuiden.

  3. Перфект

    Gisteren wij met de nachtvlucht naar Spanje .

  4. Підрядне речення

    Ik word altijd zenuwachtig als ik met een klein vliegtuig .

Як працює це дієслово

  • Неправильне дієслово: минулий час і дієприкметник не йдуть за правилом -te/-de, тож вчіть три форми разом: vliegen, vloog, gevlogen.
  • Коли jij стоїть після дієслова, -t зникає: jij vliegt, але vlieg jij?
  • Hebben чи zijn: hebben для самої дії, zijn, коли ви кажете, куди або що змінилося. Ik heb nog nooit eerste klas gevlogen. We zijn gisteren naar Spanje gevlogen.

Питання про нідерландські дієслова

Яка форма минулого часу в vliegen?

vloog (ik, jij, hij/zij/het) і vlogen (wij, jullie, zij).

Який дієприкметник (voltooid deelwoord) у vliegen?

gevlogen, з hebben або zijn залежно від значення: Ik heb nog nooit eerste klas gevlogen. We zijn gisteren naar Spanje gevlogen.

З чим уживається vliegen: з hebben чи з zijn?

З обома, залежно від значення: Ik heb nog nooit eerste klas gevlogen. We zijn gisteren naar Spanje gevlogen.

Інші дієслова

Усі дієсловаУсі дієслова від A до ZВідокремлювані дієслова: правила та перевіркаПеревірка de чи het

Хочете перестати все перевіряти?

Безкоштовний тест рівня покаже, де зараз ваша нідерландська і що вчити далі.

Форми звірено з Вікісловником. Складені часи будуються з hebben, zijn, zullen і zou.