Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Vloeien
vloeien = to flow
- Hele werkwoord
- vloeien
- Verleden tijd
- vloeide · vloeiden
- Voltooide tijd
- is gevloeid
Kort antwoord
Vloeien is in het Engels to flow. Verleden tijd: vloeide (enkelvoud) en vloeiden (meervoud). Voltooid deelwoord: gevloeid, met zijn: ik ben gevloeid.
Oefen vloeienTegenwoordige tijd
| ik | vloei |
| jij | vloeit |
| hij/zij/het | vloeit |
| wij | vloeien |
| jullie | vloeien |
| zij | vloeien |
Verleden tijd
| ik | vloeide |
| jij | vloeide |
| hij/zij/het | vloeide |
| wij | vloeiden |
| jullie | vloeiden |
| zij | vloeiden |
Voltooide tijd
| ik | ben gevloeid |
| jij | bent gevloeid |
| hij/zij/het | is gevloeid |
| wij | zijn gevloeid |
| jullie | zijn gevloeid |
| zij | zijn gevloeid |
Voltooid verleden tijd
| ik | was gevloeid |
| jij | was gevloeid |
| hij/zij/het | was gevloeid |
| wij | waren gevloeid |
| jullie | waren gevloeid |
| zij | waren gevloeid |
Toekomende tijd
| ik | zal vloeien |
| jij | zult vloeien |
| hij/zij/het | zal vloeien |
| wij | zullen vloeien |
| jullie | zullen vloeien |
| zij | zullen vloeien |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou vloeien |
| jij | zou vloeien |
| hij/zij/het | zou vloeien |
| wij | zouden vloeien |
| jullie | zouden vloeien |
| zij | zouden vloeien |
Oefen vloeien
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
vloeien in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is vloei. In vloeien staat i voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (vloeide, vloeiden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gevloeid).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij vloeit, maar vloei jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben gevloeid, niet ik heb gevloeid.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van vloeien?
vloeide (ik, jij, hij/zij/het) en vloeiden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van vloeien?
gevloeid, met zijn: ik ben gevloeid.
Gebruik je vloeien met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben gevloeid, hij is gevloeid.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.