Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Vloeien

vloeien = to flow

Hele werkwoord
vloeien
Verleden tijd
vloeide · vloeiden
Voltooide tijd
is gevloeid

Kort antwoord

Vloeien is in het Engels to flow. Verleden tijd: vloeide (enkelvoud) en vloeiden (meervoud). Voltooid deelwoord: gevloeid, met zijn: ik ben gevloeid.

Oefen vloeien

Tegenwoordige tijd

ikvloei
jijvloeit
hij/zij/hetvloeit
wijvloeien
jullievloeien
zijvloeien

Verleden tijd

ikvloeide
jijvloeide
hij/zij/hetvloeide
wijvloeiden
jullievloeiden
zijvloeiden

Voltooide tijd

ikben gevloeid
jijbent gevloeid
hij/zij/hetis gevloeid
wijzijn gevloeid
julliezijn gevloeid
zijzijn gevloeid

Voltooid verleden tijd

ikwas gevloeid
jijwas gevloeid
hij/zij/hetwas gevloeid
wijwaren gevloeid
julliewaren gevloeid
zijwaren gevloeid

Toekomende tijd

ikzal vloeien
jijzult vloeien
hij/zij/hetzal vloeien
wijzullen vloeien
julliezullen vloeien
zijzullen vloeien

Voorwaardelijke wijs

ikzou vloeien
jijzou vloeien
hij/zij/hetzou vloeien
wijzouden vloeien
julliezouden vloeien
zijzouden vloeien

Oefen vloeien

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

vloeien in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De rivier rustig door de stad.

  2. Verleden tijd

    Het water snel naar de zee.

  3. Voltooide tijd

    De rivier vorig jaar door het dorp .

  4. Bijzin

    Ik zie dat de beek weer door de wei .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is vloei. In vloeien staat i voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (vloeide, vloeiden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gevloeid).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij vloeit, maar vloei jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben gevloeid, niet ik heb gevloeid.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van vloeien?

vloeide (ik, jij, hij/zij/het) en vloeiden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van vloeien?

gevloeid, met zijn: ik ben gevloeid.

Gebruik je vloeien met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben gevloeid, hij is gevloeid.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.