Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Bloeien conjugation

bloeien = to blossom, flourish

Infinitive
bloeien
Past
bloeide · bloeiden
Perfect
heeft gebloeid

Quick answer

Bloeien means to blossom, flourish. Past tense: bloeide (singular) and bloeiden (plural). Past participle: gebloeid, with hebben: ik heb gebloeid.

Practise bloeien

Present (tegenwoordige tijd)

ikbloei
jijbloeit
hij/zij/hetbloeit
wijbloeien
julliebloeien
zijbloeien

Past (verleden tijd)

ikbloeide
jijbloeide
hij/zij/hetbloeide
wijbloeiden
julliebloeiden
zijbloeiden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gebloeid
jijhebt gebloeid
hij/zij/hetheeft gebloeid
wijhebben gebloeid
julliehebben gebloeid
zijhebben gebloeid

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gebloeid
jijhad gebloeid
hij/zij/hethad gebloeid
wijhadden gebloeid
julliehadden gebloeid
zijhadden gebloeid

Future (toekomende tijd)

ikzal bloeien
jijzult bloeien
hij/zij/hetzal bloeien
wijzullen bloeien
julliezullen bloeien
zijzullen bloeien

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bloeien
jijzou bloeien
hij/zij/hetzou bloeien
wijzouden bloeien
julliezouden bloeien
zijzouden bloeien

Practise bloeien

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is bloei. The infinitive bloeien has i before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (bloeide, bloeiden) and the participle ends in -d (gebloeid).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij bloeit, but bloei jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of bloeien?

bloeide (ik, jij, hij/zij/het) and bloeiden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of bloeien?

gebloeid, with hebben: ik heb gebloeid.

Is bloeien used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gebloeid, hij heeft gebloeid.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.