Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Vluchten
vluchten = to flee
- Hele werkwoord
- vluchten
- Verleden tijd
- vluchtte · vluchtten
- Voltooide tijd
- is gevlucht
Kort antwoord
Vluchten is in het Engels to flee. Verleden tijd: vluchtte (enkelvoud) en vluchtten (meervoud). Voltooid deelwoord: gevlucht, met zijn: ik ben gevlucht.
Oefen vluchtenTegenwoordige tijd
| ik | vlucht |
| jij | vlucht |
| hij/zij/het | vlucht |
| wij | vluchten |
| jullie | vluchten |
| zij | vluchten |
Verleden tijd
| ik | vluchtte |
| jij | vluchtte |
| hij/zij/het | vluchtte |
| wij | vluchtten |
| jullie | vluchtten |
| zij | vluchtten |
Voltooide tijd
| ik | ben gevlucht |
| jij | bent gevlucht |
| hij/zij/het | is gevlucht |
| wij | zijn gevlucht |
| jullie | zijn gevlucht |
| zij | zijn gevlucht |
Voltooid verleden tijd
| ik | was gevlucht |
| jij | was gevlucht |
| hij/zij/het | was gevlucht |
| wij | waren gevlucht |
| jullie | waren gevlucht |
| zij | waren gevlucht |
Toekomende tijd
| ik | zal vluchten |
| jij | zult vluchten |
| hij/zij/het | zal vluchten |
| wij | zullen vluchten |
| jullie | zullen vluchten |
| zij | zullen vluchten |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou vluchten |
| jij | zou vluchten |
| hij/zij/het | zou vluchten |
| wij | zouden vluchten |
| jullie | zouden vluchten |
| zij | zouden vluchten |
Oefen vluchten
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
vluchten in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is vlucht. In vluchten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (vluchtte, vluchtten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gevlucht).
- Voltooide tijd met zijn: ik ben gevlucht, niet ik heb gevlucht.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van vluchten?
vluchtte (ik, jij, hij/zij/het) en vluchtten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van vluchten?
gevlucht, met zijn: ik ben gevlucht.
Gebruik je vluchten met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben gevlucht, hij is gevlucht.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.