Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Vluchten

vluchten = to flee

Hele werkwoord
vluchten
Verleden tijd
vluchtte · vluchtten
Voltooide tijd
is gevlucht

Kort antwoord

Vluchten is in het Engels to flee. Verleden tijd: vluchtte (enkelvoud) en vluchtten (meervoud). Voltooid deelwoord: gevlucht, met zijn: ik ben gevlucht.

Oefen vluchten

Tegenwoordige tijd

ikvlucht
jijvlucht
hij/zij/hetvlucht
wijvluchten
jullievluchten
zijvluchten

Verleden tijd

ikvluchtte
jijvluchtte
hij/zij/hetvluchtte
wijvluchtten
jullievluchtten
zijvluchtten

Voltooide tijd

ikben gevlucht
jijbent gevlucht
hij/zij/hetis gevlucht
wijzijn gevlucht
julliezijn gevlucht
zijzijn gevlucht

Voltooid verleden tijd

ikwas gevlucht
jijwas gevlucht
hij/zij/hetwas gevlucht
wijwaren gevlucht
julliewaren gevlucht
zijwaren gevlucht

Toekomende tijd

ikzal vluchten
jijzult vluchten
hij/zij/hetzal vluchten
wijzullen vluchten
julliezullen vluchten
zijzullen vluchten

Voorwaardelijke wijs

ikzou vluchten
jijzou vluchten
hij/zij/hetzou vluchten
wijzouden vluchten
julliezouden vluchten
zijzouden vluchten

Oefen vluchten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

vluchten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De vogel snel naar de boom als de kat komt.

  2. Verleden tijd

    Toen de oorlog begon, veel mensen naar het buitenland.

  3. Voltooide tijd

    Zij vorig jaar met haar kinderen uit het land .

  4. Bijzin

    Ik begrijp dat hij omdat hij bang was.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is vlucht. In vluchten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (vluchtte, vluchtten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gevlucht).
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben gevlucht, niet ik heb gevlucht.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van vluchten?

vluchtte (ik, jij, hij/zij/het) en vluchtten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van vluchten?

gevlucht, met zijn: ik ben gevlucht.

Gebruik je vluchten met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben gevlucht, hij is gevlucht.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.