Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Wapenen
wapenen = to arm, to protect
- Hele werkwoord
- wapenen
- Verleden tijd
- wapende · wapenden
- Voltooide tijd
- heeft gewapend
Kort antwoord
Wapenen is in het Engels to arm, to protect. Verleden tijd: wapende (enkelvoud) en wapenden (meervoud). Voltooid deelwoord: gewapend, met hebben: ik heb gewapend.
Oefen wapenenTegenwoordige tijd
| ik | wapen |
| jij | wapent |
| hij/zij/het | wapent |
| wij | wapenen |
| jullie | wapenen |
| zij | wapenen |
Verleden tijd
| ik | wapende |
| jij | wapende |
| hij/zij/het | wapende |
| wij | wapenden |
| jullie | wapenden |
| zij | wapenden |
Voltooide tijd
| ik | heb gewapend |
| jij | hebt gewapend |
| hij/zij/het | heeft gewapend |
| wij | hebben gewapend |
| jullie | hebben gewapend |
| zij | hebben gewapend |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gewapend |
| jij | had gewapend |
| hij/zij/het | had gewapend |
| wij | hadden gewapend |
| jullie | hadden gewapend |
| zij | hadden gewapend |
Toekomende tijd
| ik | zal wapenen |
| jij | zult wapenen |
| hij/zij/het | zal wapenen |
| wij | zullen wapenen |
| jullie | zullen wapenen |
| zij | zullen wapenen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou wapenen |
| jij | zou wapenen |
| hij/zij/het | zou wapenen |
| wij | zouden wapenen |
| jullie | zouden wapenen |
| zij | zouden wapenen |
Oefen wapenen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
wapenen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is wapen. In wapenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (wapende, wapenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gewapend).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij wapent, maar wapen jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van wapenen?
wapende (ik, jij, hij/zij/het) en wapenden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van wapenen?
gewapend, met hebben: ik heb gewapend.
Gebruik je wapenen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gewapend, hij heeft gewapend.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.