Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Wapenen conjugation

wapenen = to arm, to protect

Infinitive
wapenen
Past
wapende · wapenden
Perfect
heeft gewapend

Quick answer

Wapenen means to arm, to protect. Past tense: wapende (singular) and wapenden (plural). Past participle: gewapend, with hebben: ik heb gewapend.

Practise wapenen

Present (tegenwoordige tijd)

ikwapen
jijwapent
hij/zij/hetwapent
wijwapenen
julliewapenen
zijwapenen

Past (verleden tijd)

ikwapende
jijwapende
hij/zij/hetwapende
wijwapenden
julliewapenden
zijwapenden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gewapend
jijhebt gewapend
hij/zij/hetheeft gewapend
wijhebben gewapend
julliehebben gewapend
zijhebben gewapend

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gewapend
jijhad gewapend
hij/zij/hethad gewapend
wijhadden gewapend
julliehadden gewapend
zijhadden gewapend

Future (toekomende tijd)

ikzal wapenen
jijzult wapenen
hij/zij/hetzal wapenen
wijzullen wapenen
julliezullen wapenen
zijzullen wapenen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou wapenen
jijzou wapenen
hij/zij/hetzou wapenen
wijzouden wapenen
julliezouden wapenen
zijzouden wapenen

Practise wapenen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is wapen. The infinitive wapenen has n before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (wapende, wapenden) and the participle ends in -d (gewapend).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij wapent, but wapen jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of wapenen?

wapende (ik, jij, hij/zij/het) and wapenden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of wapenen?

gewapend, with hebben: ik heb gewapend.

Is wapenen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gewapend, hij heeft gewapend.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.