Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Wapperen

wapperen = to flutter, wave about

Hele werkwoord
wapperen
Verleden tijd
wapperde · wapperden
Voltooide tijd
heeft gewapperd

Kort antwoord

Wapperen is in het Engels to flutter, wave about. Verleden tijd: wapperde (enkelvoud) en wapperden (meervoud). Voltooid deelwoord: gewapperd, met hebben: ik heb gewapperd.

Oefen wapperen

Tegenwoordige tijd

ikwapper
jijwappert
hij/zij/hetwappert
wijwapperen
julliewapperen
zijwapperen

Verleden tijd

ikwapperde
jijwapperde
hij/zij/hetwapperde
wijwapperden
julliewapperden
zijwapperden

Voltooide tijd

ikheb gewapperd
jijhebt gewapperd
hij/zij/hetheeft gewapperd
wijhebben gewapperd
julliehebben gewapperd
zijhebben gewapperd

Voltooid verleden tijd

ikhad gewapperd
jijhad gewapperd
hij/zij/hethad gewapperd
wijhadden gewapperd
julliehadden gewapperd
zijhadden gewapperd

Toekomende tijd

ikzal wapperen
jijzult wapperen
hij/zij/hetzal wapperen
wijzullen wapperen
julliezullen wapperen
zijzullen wapperen

Voorwaardelijke wijs

ikzou wapperen
jijzou wapperen
hij/zij/hetzou wapperen
wijzouden wapperen
julliezouden wapperen
zijzouden wapperen

Oefen wapperen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

wapperen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De vlag vrolijk in de wind.

  2. Verleden tijd

    Haar lange haar achter haar aan op de fiets.

  3. Voltooide tijd

    De was de hele dag aan de lijn .

  4. Bijzin

    Het was mooi toen alle vlaggen langs de weg .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is wapper. In wapperen staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (wapperde, wapperden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gewapperd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij wappert, maar wapper jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van wapperen?

wapperde (ik, jij, hij/zij/het) en wapperden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van wapperen?

gewapperd, met hebben: ik heb gewapperd.

Gebruik je wapperen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gewapperd, hij heeft gewapperd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.