Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Overleggen conjugation

overleggen = to consult, discuss

Infinitive
overleggen
Past
overlegde · overlegden
Perfect
heeft overlegd

Quick answer

Overleggen means to consult, discuss. Past tense: overlegde (singular) and overlegden (plural). Past participle: overlegd, with hebben: ik heb overlegd.

Practise overleggen

Present (tegenwoordige tijd)

ikoverleg
jijoverlegt
hij/zij/hetoverlegt
wijoverleggen
jullieoverleggen
zijoverleggen

Past (verleden tijd)

ikoverlegde
jijoverlegde
hij/zij/hetoverlegde
wijoverlegden
jullieoverlegden
zijoverlegden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb overlegd
jijhebt overlegd
hij/zij/hetheeft overlegd
wijhebben overlegd
julliehebben overlegd
zijhebben overlegd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad overlegd
jijhad overlegd
hij/zij/hethad overlegd
wijhadden overlegd
julliehadden overlegd
zijhadden overlegd

Future (toekomende tijd)

ikzal overleggen
jijzult overleggen
hij/zij/hetzal overleggen
wijzullen overleggen
julliezullen overleggen
zijzullen overleggen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou overleggen
jijzou overleggen
hij/zij/hetzou overleggen
wijzouden overleggen
julliezouden overleggen
zijzouden overleggen

Practise overleggen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is overleg. The infinitive overleggen has g before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (overlegde, overlegden) and the participle ends in -d (overlegd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij overlegt, but overleg jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of overleggen?

overlegde (ik, jij, hij/zij/het) and overlegden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of overleggen?

overlegd, with hebben: ik heb overlegd.

Is overleggen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb overlegd, hij heeft overlegd.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.