Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Worstelen

worstelen = to struggle, wrestle

Hele werkwoord
worstelen
Verleden tijd
worstelde · worstelden
Voltooide tijd
heeft geworsteld

Kort antwoord

Worstelen is in het Engels to struggle, wrestle. Verleden tijd: worstelde (enkelvoud) en worstelden (meervoud). Voltooid deelwoord: geworsteld, met hebben: ik heb geworsteld.

Oefen worstelen

Tegenwoordige tijd

ikworstel
jijworstelt
hij/zij/hetworstelt
wijworstelen
jullieworstelen
zijworstelen

Verleden tijd

ikworstelde
jijworstelde
hij/zij/hetworstelde
wijworstelden
jullieworstelden
zijworstelden

Voltooide tijd

ikheb geworsteld
jijhebt geworsteld
hij/zij/hetheeft geworsteld
wijhebben geworsteld
julliehebben geworsteld
zijhebben geworsteld

Voltooid verleden tijd

ikhad geworsteld
jijhad geworsteld
hij/zij/hethad geworsteld
wijhadden geworsteld
julliehadden geworsteld
zijhadden geworsteld

Toekomende tijd

ikzal worstelen
jijzult worstelen
hij/zij/hetzal worstelen
wijzullen worstelen
julliezullen worstelen
zijzullen worstelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou worstelen
jijzou worstelen
hij/zij/hetzou worstelen
wijzouden worstelen
julliezouden worstelen
zijzouden worstelen

Oefen worstelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

worstelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik nog steeds met de moeilijke Nederlandse grammatica.

  2. Verleden tijd

    Hij lang met zijn gevoelens na het nieuws.

  3. Voltooide tijd

    Zij jarenlang met die moeilijke keuze .

  4. Tegenwoordige tijd

    De twee kinderen lachend op het gras.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is worstel. In worstelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (worstelde, worstelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geworsteld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij worstelt, maar worstel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van worstelen?

worstelde (ik, jij, hij/zij/het) en worstelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van worstelen?

geworsteld, met hebben: ik heb geworsteld.

Gebruik je worstelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geworsteld, hij heeft geworsteld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.