Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Worstelen
worstelen = to struggle, wrestle
- Hele werkwoord
- worstelen
- Verleden tijd
- worstelde · worstelden
- Voltooide tijd
- heeft geworsteld
Kort antwoord
Worstelen is in het Engels to struggle, wrestle. Verleden tijd: worstelde (enkelvoud) en worstelden (meervoud). Voltooid deelwoord: geworsteld, met hebben: ik heb geworsteld.
Oefen worstelenTegenwoordige tijd
| ik | worstel |
| jij | worstelt |
| hij/zij/het | worstelt |
| wij | worstelen |
| jullie | worstelen |
| zij | worstelen |
Verleden tijd
| ik | worstelde |
| jij | worstelde |
| hij/zij/het | worstelde |
| wij | worstelden |
| jullie | worstelden |
| zij | worstelden |
Voltooide tijd
| ik | heb geworsteld |
| jij | hebt geworsteld |
| hij/zij/het | heeft geworsteld |
| wij | hebben geworsteld |
| jullie | hebben geworsteld |
| zij | hebben geworsteld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geworsteld |
| jij | had geworsteld |
| hij/zij/het | had geworsteld |
| wij | hadden geworsteld |
| jullie | hadden geworsteld |
| zij | hadden geworsteld |
Toekomende tijd
| ik | zal worstelen |
| jij | zult worstelen |
| hij/zij/het | zal worstelen |
| wij | zullen worstelen |
| jullie | zullen worstelen |
| zij | zullen worstelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou worstelen |
| jij | zou worstelen |
| hij/zij/het | zou worstelen |
| wij | zouden worstelen |
| jullie | zouden worstelen |
| zij | zouden worstelen |
Oefen worstelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
worstelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is worstel. In worstelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (worstelde, worstelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geworsteld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij worstelt, maar worstel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van worstelen?
worstelde (ik, jij, hij/zij/het) en worstelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van worstelen?
geworsteld, met hebben: ik heb geworsteld.
Gebruik je worstelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geworsteld, hij heeft geworsteld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.