Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Zakken

zakken = to fall or sink

Hele werkwoord
zakken
Verleden tijd
zakte · zakten
Voltooide tijd
is gezakt

Kort antwoord

Zakken is in het Engels to fall or sink. Verleden tijd: zakte (enkelvoud) en zakten (meervoud). Voltooid deelwoord: gezakt, met zijn: ik ben gezakt.

Oefen zakken

Tegenwoordige tijd

ikzak
jijzakt
hij/zij/hetzakt
wijzakken
julliezakken
zijzakken

Verleden tijd

ikzakte
jijzakte
hij/zij/hetzakte
wijzakten
julliezakten
zijzakten

Voltooide tijd

ikben gezakt
jijbent gezakt
hij/zij/hetis gezakt
wijzijn gezakt
julliezijn gezakt
zijzijn gezakt

Voltooid verleden tijd

ikwas gezakt
jijwas gezakt
hij/zij/hetwas gezakt
wijwaren gezakt
julliewaren gezakt
zijwaren gezakt

Toekomende tijd

ikzal zakken
jijzult zakken
hij/zij/hetzal zakken
wijzullen zakken
julliezullen zakken
zijzullen zakken

Voorwaardelijke wijs

ikzou zakken
jijzou zakken
hij/zij/hetzou zakken
wijzouden zakken
julliezouden zakken
zijzouden zakken

Oefen zakken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

zakken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De temperatuur vannacht onder nul.

  2. Verleden tijd

    De zon langzaam achter de bergen.

  3. Voltooide tijd

    Hij voor zijn rijexamen .

  4. Bijzin

    Ik ben bang dat de prijzen volgend jaar .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is zak. In zakken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (zakte, zakten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gezakt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij zakt, maar zak jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben gezakt, niet ik heb gezakt.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van zakken?

zakte (ik, jij, hij/zij/het) en zakten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van zakken?

gezakt, met zijn: ik ben gezakt.

Gebruik je zakken met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben gezakt, hij is gezakt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.