Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Zakken conjugation

zakken = to fall or sink

Infinitive
zakken
Past
zakte · zakten
Perfect
is gezakt

Quick answer

Zakken means to fall or sink. Past tense: zakte (singular) and zakten (plural). Past participle: gezakt, with zijn: ik ben gezakt.

Practise zakken

Present (tegenwoordige tijd)

ikzak
jijzakt
hij/zij/hetzakt
wijzakken
julliezakken
zijzakken

Past (verleden tijd)

ikzakte
jijzakte
hij/zij/hetzakte
wijzakten
julliezakten
zijzakten

Perfect (voltooide tijd)

ikben gezakt
jijbent gezakt
hij/zij/hetis gezakt
wijzijn gezakt
julliezijn gezakt
zijzijn gezakt

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas gezakt
jijwas gezakt
hij/zij/hetwas gezakt
wijwaren gezakt
julliewaren gezakt
zijwaren gezakt

Future (toekomende tijd)

ikzal zakken
jijzult zakken
hij/zij/hetzal zakken
wijzullen zakken
julliezullen zakken
zijzullen zakken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou zakken
jijzou zakken
hij/zij/hetzou zakken
wijzouden zakken
julliezouden zakken
zijzouden zakken

Practise zakken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is zak. The infinitive zakken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (zakte, zakten) and the participle ends in -t (gezakt).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij zakt, but zak jij?
  • Perfect tense with zijn: ik ben gezakt, not ik heb gezakt.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of zakken?

zakte (ik, jij, hij/zij/het) and zakten (wij, jullie, zij).

What is the past participle of zakken?

gezakt, with zijn: ik ben gezakt.

Is zakken used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben gezakt, hij is gezakt.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.