Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Zoemen

zoemen = to buzz

Hele werkwoord
zoemen
Verleden tijd
zoemde · zoemden
Voltooide tijd
heeft gezoemd

Kort antwoord

Zoemen is in het Engels to buzz. Verleden tijd: zoemde (enkelvoud) en zoemden (meervoud). Voltooid deelwoord: gezoemd, met hebben: ik heb gezoemd.

Oefen zoemen

Tegenwoordige tijd

ikzoem
jijzoemt
hij/zij/hetzoemt
wijzoemen
julliezoemen
zijzoemen

Verleden tijd

ikzoemde
jijzoemde
hij/zij/hetzoemde
wijzoemden
julliezoemden
zijzoemden

Voltooide tijd

ikheb gezoemd
jijhebt gezoemd
hij/zij/hetheeft gezoemd
wijhebben gezoemd
julliehebben gezoemd
zijhebben gezoemd

Voltooid verleden tijd

ikhad gezoemd
jijhad gezoemd
hij/zij/hethad gezoemd
wijhadden gezoemd
julliehadden gezoemd
zijhadden gezoemd

Toekomende tijd

ikzal zoemen
jijzult zoemen
hij/zij/hetzal zoemen
wijzullen zoemen
julliezullen zoemen
zijzullen zoemen

Voorwaardelijke wijs

ikzou zoemen
jijzou zoemen
hij/zij/hetzou zoemen
wijzouden zoemen
julliezouden zoemen
zijzouden zoemen

Oefen zoemen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

zoemen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De bijen de hele dag rond de bloemen.

  2. Verleden tijd

    De koelkast de hele nacht heel hard.

  3. Voltooide tijd

    Er een vlieg boven mijn bed .

  4. Bijzin

    Ik kan niet slapen omdat de lamp zo .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is zoem. In zoemen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (zoemde, zoemden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gezoemd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij zoemt, maar zoem jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van zoemen?

zoemde (ik, jij, hij/zij/het) en zoemden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van zoemen?

gezoemd, met hebben: ik heb gezoemd.

Gebruik je zoemen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gezoemd, hij heeft gezoemd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.