Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Zwaaien
zwaaien = to wave, to brandish
- Hele werkwoord
- zwaaien
- Verleden tijd
- zwaaide · zwaaiden
- Voltooide tijd
- heeft gezwaaid
Kort antwoord
Zwaaien is in het Engels to wave, to brandish. Verleden tijd: zwaaide (enkelvoud) en zwaaiden (meervoud). Voltooid deelwoord: gezwaaid, met hebben: ik heb gezwaaid.
Oefen zwaaienTegenwoordige tijd
| ik | zwaai |
| jij | zwaait |
| hij/zij/het | zwaait |
| wij | zwaaien |
| jullie | zwaaien |
| zij | zwaaien |
Verleden tijd
| ik | zwaaide |
| jij | zwaaide |
| hij/zij/het | zwaaide |
| wij | zwaaiden |
| jullie | zwaaiden |
| zij | zwaaiden |
Voltooide tijd
| ik | heb gezwaaid |
| jij | hebt gezwaaid |
| hij/zij/het | heeft gezwaaid |
| wij | hebben gezwaaid |
| jullie | hebben gezwaaid |
| zij | hebben gezwaaid |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gezwaaid |
| jij | had gezwaaid |
| hij/zij/het | had gezwaaid |
| wij | hadden gezwaaid |
| jullie | hadden gezwaaid |
| zij | hadden gezwaaid |
Toekomende tijd
| ik | zal zwaaien |
| jij | zult zwaaien |
| hij/zij/het | zal zwaaien |
| wij | zullen zwaaien |
| jullie | zullen zwaaien |
| zij | zullen zwaaien |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou zwaaien |
| jij | zou zwaaien |
| hij/zij/het | zou zwaaien |
| wij | zouden zwaaien |
| jullie | zouden zwaaien |
| zij | zouden zwaaien |
Oefen zwaaien
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
zwaaien in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is zwaai. In zwaaien staat i voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (zwaaide, zwaaiden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gezwaaid).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij zwaait, maar zwaai jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van zwaaien?
zwaaide (ik, jij, hij/zij/het) en zwaaiden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van zwaaien?
gezwaaid, met hebben: ik heb gezwaaid.
Gebruik je zwaaien met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gezwaaid, hij heeft gezwaaid.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.