Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Zwaaien

zwaaien = to wave, to brandish

Hele werkwoord
zwaaien
Verleden tijd
zwaaide · zwaaiden
Voltooide tijd
heeft gezwaaid

Kort antwoord

Zwaaien is in het Engels to wave, to brandish. Verleden tijd: zwaaide (enkelvoud) en zwaaiden (meervoud). Voltooid deelwoord: gezwaaid, met hebben: ik heb gezwaaid.

Oefen zwaaien

Tegenwoordige tijd

ikzwaai
jijzwaait
hij/zij/hetzwaait
wijzwaaien
julliezwaaien
zijzwaaien

Verleden tijd

ikzwaaide
jijzwaaide
hij/zij/hetzwaaide
wijzwaaiden
julliezwaaiden
zijzwaaiden

Voltooide tijd

ikheb gezwaaid
jijhebt gezwaaid
hij/zij/hetheeft gezwaaid
wijhebben gezwaaid
julliehebben gezwaaid
zijhebben gezwaaid

Voltooid verleden tijd

ikhad gezwaaid
jijhad gezwaaid
hij/zij/hethad gezwaaid
wijhadden gezwaaid
julliehadden gezwaaid
zijhadden gezwaaid

Toekomende tijd

ikzal zwaaien
jijzult zwaaien
hij/zij/hetzal zwaaien
wijzullen zwaaien
julliezullen zwaaien
zijzullen zwaaien

Voorwaardelijke wijs

ikzou zwaaien
jijzou zwaaien
hij/zij/hetzou zwaaien
wijzouden zwaaien
julliezouden zwaaien
zijzouden zwaaien

Oefen zwaaien

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

zwaaien in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kinderen naar de trein.

  2. Verleden tijd

    Ik naar mijn vriend toen hij wegreed.

  3. Voltooide tijd

    Zij lang naar haar opa .

  4. Bijzin

    Het meisje is blij als haar moeder naar haar .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is zwaai. In zwaaien staat i voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (zwaaide, zwaaiden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gezwaaid).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij zwaait, maar zwaai jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van zwaaien?

zwaaide (ik, jij, hij/zij/het) en zwaaiden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van zwaaien?

gezwaaid, met hebben: ik heb gezwaaid.

Gebruik je zwaaien met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gezwaaid, hij heeft gezwaaid.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.