Dutch Fluency
اعرف مستوايالمستوى
تسجيل الدخول

المستوى B1 · منتظم

تصريف Isoleren

isoleren = يعزل

المصدر
isoleren
الماضي
isoleerde · isoleerden
التام
heeft geïsoleerd

إجابة سريعة

Isoleren يعني يعزل. الماضي: isoleerde (مفرد) و isoleerden (جمع). اسم المفعول (voltooid deelwoord): geïsoleerd، مع hebben: ik heb geïsoleerd.

تمرّن على isoleren

المضارع (tegenwoordige tijd)

ikisoleer
jijisoleert
hij/zij/hetisoleert
wijisoleren
jullieisoleren
zijisoleren

الماضي (verleden tijd)

ikisoleerde
jijisoleerde
hij/zij/hetisoleerde
wijisoleerden
jullieisoleerden
zijisoleerden

التام (voltooide tijd)

ikheb geïsoleerd
jijhebt geïsoleerd
hij/zij/hetheeft geïsoleerd
wijhebben geïsoleerd
julliehebben geïsoleerd
zijhebben geïsoleerd

الماضي التام (voltooid verleden tijd)

ikhad geïsoleerd
jijhad geïsoleerd
hij/zij/hethad geïsoleerd
wijhadden geïsoleerd
julliehadden geïsoleerd
zijhadden geïsoleerd

المستقبل (toekomende tijd)

ikzal isoleren
jijzult isoleren
hij/zij/hetzal isoleren
wijzullen isoleren
julliezullen isoleren
zijzullen isoleren

الشرطي (voorwaardelijke wijs)

ikzou isoleren
jijzou isoleren
hij/zij/hetzou isoleren
wijzouden isoleren
julliezouden isoleren
zijzouden isoleren

تمرّن على isoleren

ست صيغ سريعة. اكتب الإجابة واضغط Enter لترى فورًا إن كانت صحيحة.

1 من 60 ✓

المضارع

ik

isoleren في جملة

اكتب الصيغة الصحيحة. تخبرك الجملة بمن يقوم بالفعل ومتى، وبعد التحقق ترى معناها.

  1. المضارع

    Wij ons huis met nieuwe ramen.

  2. الماضي

    De arts de zieke patiënt van de andere mensen.

  3. المضارع

    Ik de leidingen, zodat ze niet bevriezen.

كيف يعمل هذا الفعل

  • فعل منتظم. الجذع هو isoleer. في المصدر isoleren يأتي r قبل -en، وهو ليس من أصوات 't kofschip (t, k, f, s, ch, p)، لذلك يأخذ الماضي -de (isoleerde، isoleerden) وينتهي اسم المفعول بـ -d (geïsoleerd).
  • عندما يأتي jij بعد الفعل تسقط -t: jij isoleert، لكن isoleer jij?

أسئلة حول الأفعال الهولندية

ما صيغة الماضي من isoleren؟

isoleerde (ik، jij، hij/zij/het) و isoleerden (wij، jullie، zij).

ما اسم المفعول (voltooid deelwoord) من isoleren؟

geïsoleerd، مع hebben: ik heb geïsoleerd.

هل يُستخدم isoleren مع hebben أم مع zijn؟

مع hebben: ik heb geïsoleerd, hij heeft geïsoleerd.

أفعال أخرى

كل الأفعالكل الأفعال من A إلى Zالأفعال المنفصلة: القواعد وأداة التحققأداة de أو het

تريد أن تتوقف عن البحث عن كل كلمة؟

يُظهر اختبار المستوى المجاني مستوى لغتك الهولندية الآن وما تتعلمه بعد ذلك.

الصيغ مُراجَعة مع ويكاموس. الأزمنة المركبة تستخدم صيغ hebben وzijn وzullen وzou الثابتة.