Dutch Fluency
اعرف مستوايالمستوى
تسجيل الدخول

المستوى A2 · منتظم, قابل للفصل

تصريف Opgroeien

opgroeien = ينمو

المصدر
opgroeien
الماضي
groeide op · groeiden op
التام
is opgegroeid

إجابة سريعة

Opgroeien يعني ينمو. الماضي: groeide op (مفرد) و groeiden op (جمع). اسم المفعول (voltooid deelwoord): opgegroeid، مع zijn: ik ben opgegroeid.

تمرّن على opgroeien

المضارع (tegenwoordige tijd)

ikgroei op
jijgroeit op
hij/zij/hetgroeit op
wijgroeien op
julliegroeien op
zijgroeien op

الماضي (verleden tijd)

ikgroeide op
jijgroeide op
hij/zij/hetgroeide op
wijgroeiden op
julliegroeiden op
zijgroeiden op

التام (voltooide tijd)

ikben opgegroeid
jijbent opgegroeid
hij/zij/hetis opgegroeid
wijzijn opgegroeid
julliezijn opgegroeid
zijzijn opgegroeid

الماضي التام (voltooid verleden tijd)

ikwas opgegroeid
jijwas opgegroeid
hij/zij/hetwas opgegroeid
wijwaren opgegroeid
julliewaren opgegroeid
zijwaren opgegroeid

المستقبل (toekomende tijd)

ikzal opgroeien
jijzult opgroeien
hij/zij/hetzal opgroeien
wijzullen opgroeien
julliezullen opgroeien
zijzullen opgroeien

الشرطي (voorwaardelijke wijs)

ikzou opgroeien
jijzou opgroeien
hij/zij/hetzou opgroeien
wijzouden opgroeien
julliezouden opgroeien
zijzouden opgroeien

Opgroeien فعل منفصل

في الجملة الرئيسية يذهب op إلى النهاية (ik groei op). وفي الجملة الفرعية يبقى الجزآن معًا (dat ik opgroei). اسم المفعول: opgegroeid.

الجملة الرئيسيةik groei op
السؤالgroei jij op?
الجملة الفرعية… dat ik opgroei
مع فعل مساعدik wil opgroeien
الماضي التام (perfect)ik ben opgegroeid
مع om ... teom op te groeien
الأمرgroei op!

الأفعال المنفصلة: القواعد وأداة التحقق

تمرّن على opgroeien

ست صيغ سريعة. اكتب الإجابة واضغط Enter لترى فورًا إن كانت صحيحة.

1 من 60 ✓

المضارع

ik

opgroeien في جملة

اكتب الصيغة الصحيحة. تخبرك الجملة بمن يقوم بالفعل ومتى، وبعد التحقق ترى معناها.

  1. المضارع

    Mijn zoontje in een klein dorp .

  2. الماضي

    Wij vroeger allebei bij de zee .

  3. الماضي

    Toen jij klein was, je in een groot gezin .

كيف يعمل هذا الفعل

  • فعل منتظم. الجذع هو groei. في المصدر groeien يأتي i قبل -en، وهو ليس من أصوات 't kofschip (t, k, f, s, ch, p)، لذلك يأخذ الماضي -de (groeide، groeiden) وينتهي اسم المفعول بـ -d (opgegroeid).
  • فعل قابل للفصل. في الجملة الرئيسية تذهب البادئة op إلى آخر الجملة: ik groei op. وفي الجملة التابعة تبقى متصلة: ... dat ik opgroei، ... dat ik opgroeide.
  • في اسم المفعول تأتي ge بين الجزأين: opgegroeid.
  • الزمن التام مع zijn: ik ben opgegroeid، وليس ik heb opgegroeid.

أسئلة حول الأفعال الهولندية

ما صيغة الماضي من opgroeien؟

groeide op (ik، jij، hij/zij/het) و groeiden op (wij، jullie، zij).

ما اسم المفعول (voltooid deelwoord) من opgroeien؟

opgegroeid، مع zijn: ik ben opgegroeid.

هل يُستخدم opgroeien مع hebben أم مع zijn؟

مع zijn: ik ben opgegroeid, hij is opgegroeid.

هل opgroeien فعل منفصل؟

نعم. في الجملة الرئيسية يذهب op إلى النهاية (ik groei op)، وفي الجملة الفرعية يبقى ملتصقًا (dat ik opgroei). اسم المفعول: opgegroeid.

أفعال أخرى

كل الأفعالكل الأفعال من A إلى Zالأفعال المنفصلة: القواعد وأداة التحققأداة de أو het

تريد أن تتوقف عن البحث عن كل كلمة؟

يُظهر اختبار المستوى المجاني مستوى لغتك الهولندية الآن وما تتعلمه بعد ذلك.

الصيغ مُراجَعة مع ويكاموس. الأزمنة المركبة تستخدم صيغ hebben وzijn وzullen وzou الثابتة.