Dutch Fluency
اعرف مستوايالمستوى
تسجيل الدخول

المستوى B2 · منتظم

تصريف Reflecteren

reflecteren = يعكس، يتأمّل

المصدر
reflecteren
الماضي
reflecteerde · reflecteerden
التام
heeft gereflecteerd

إجابة سريعة

Reflecteren يعني يعكس، يتأمّل. الماضي: reflecteerde (مفرد) و reflecteerden (جمع). اسم المفعول (voltooid deelwoord): gereflecteerd، مع hebben: ik heb gereflecteerd.

تمرّن على reflecteren

المضارع (tegenwoordige tijd)

ikreflecteer
jijreflecteert
hij/zij/hetreflecteert
wijreflecteren
julliereflecteren
zijreflecteren

الماضي (verleden tijd)

ikreflecteerde
jijreflecteerde
hij/zij/hetreflecteerde
wijreflecteerden
julliereflecteerden
zijreflecteerden

التام (voltooide tijd)

ikheb gereflecteerd
jijhebt gereflecteerd
hij/zij/hetheeft gereflecteerd
wijhebben gereflecteerd
julliehebben gereflecteerd
zijhebben gereflecteerd

الماضي التام (voltooid verleden tijd)

ikhad gereflecteerd
jijhad gereflecteerd
hij/zij/hethad gereflecteerd
wijhadden gereflecteerd
julliehadden gereflecteerd
zijhadden gereflecteerd

المستقبل (toekomende tijd)

ikzal reflecteren
jijzult reflecteren
hij/zij/hetzal reflecteren
wijzullen reflecteren
julliezullen reflecteren
zijzullen reflecteren

الشرطي (voorwaardelijke wijs)

ikzou reflecteren
jijzou reflecteren
hij/zij/hetzou reflecteren
wijzouden reflecteren
julliezouden reflecteren
zijzouden reflecteren

تمرّن على reflecteren

ست صيغ سريعة. اكتب الإجابة واضغط Enter لترى فورًا إن كانت صحيحة.

1 من 60 ✓

المضارع

ik

reflecteren في جملة

اكتب الصيغة الصحيحة. تخبرك الجملة بمن يقوم بالفعل ومتى، وبعد التحقق ترى معناها.

  1. المضارع

    De spiegel het licht van de zon.

  2. الماضي

    Het water de lampen van de brug.

  3. التام

    De ramen het zonlicht heel sterk .

  4. الجملة الفرعية

    Ik kan niets zien omdat het glas het licht .

كيف يعمل هذا الفعل

  • فعل منتظم. الجذع هو reflecteer. في المصدر reflecteren يأتي r قبل -en، وهو ليس من أصوات 't kofschip (t, k, f, s, ch, p)، لذلك يأخذ الماضي -de (reflecteerde، reflecteerden) وينتهي اسم المفعول بـ -d (gereflecteerd).
  • عندما يأتي jij بعد الفعل تسقط -t: jij reflecteert، لكن reflecteer jij?

أسئلة حول الأفعال الهولندية

ما صيغة الماضي من reflecteren؟

reflecteerde (ik، jij، hij/zij/het) و reflecteerden (wij، jullie، zij).

ما اسم المفعول (voltooid deelwoord) من reflecteren؟

gereflecteerd، مع hebben: ik heb gereflecteerd.

هل يُستخدم reflecteren مع hebben أم مع zijn؟

مع hebben: ik heb gereflecteerd, hij heeft gereflecteerd.

أفعال أخرى

كل الأفعالكل الأفعال من A إلى Zالأفعال المنفصلة: القواعد وأداة التحققأداة de أو het

تريد أن تتوقف عن البحث عن كل كلمة؟

يُظهر اختبار المستوى المجاني مستوى لغتك الهولندية الآن وما تتعلمه بعد ذلك.

الصيغ مُراجَعة مع ويكاموس. الأزمنة المركبة تستخدم صيغ hebben وzijn وzullen وzou الثابتة.