Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Reflecteren
reflecteren = to reflect
- Hele werkwoord
- reflecteren
- Verleden tijd
- reflecteerde · reflecteerden
- Voltooide tijd
- heeft gereflecteerd
Kort antwoord
Reflecteren is in het Engels to reflect. Verleden tijd: reflecteerde (enkelvoud) en reflecteerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gereflecteerd, met hebben: ik heb gereflecteerd.
Oefen reflecterenTegenwoordige tijd
| ik | reflecteer |
| jij | reflecteert |
| hij/zij/het | reflecteert |
| wij | reflecteren |
| jullie | reflecteren |
| zij | reflecteren |
Verleden tijd
| ik | reflecteerde |
| jij | reflecteerde |
| hij/zij/het | reflecteerde |
| wij | reflecteerden |
| jullie | reflecteerden |
| zij | reflecteerden |
Voltooide tijd
| ik | heb gereflecteerd |
| jij | hebt gereflecteerd |
| hij/zij/het | heeft gereflecteerd |
| wij | hebben gereflecteerd |
| jullie | hebben gereflecteerd |
| zij | hebben gereflecteerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gereflecteerd |
| jij | had gereflecteerd |
| hij/zij/het | had gereflecteerd |
| wij | hadden gereflecteerd |
| jullie | hadden gereflecteerd |
| zij | hadden gereflecteerd |
Toekomende tijd
| ik | zal reflecteren |
| jij | zult reflecteren |
| hij/zij/het | zal reflecteren |
| wij | zullen reflecteren |
| jullie | zullen reflecteren |
| zij | zullen reflecteren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou reflecteren |
| jij | zou reflecteren |
| hij/zij/het | zou reflecteren |
| wij | zouden reflecteren |
| jullie | zouden reflecteren |
| zij | zouden reflecteren |
Oefen reflecteren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
reflecteren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is reflecteer. In reflecteren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (reflecteerde, reflecteerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gereflecteerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij reflecteert, maar reflecteer jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van reflecteren?
reflecteerde (ik, jij, hij/zij/het) en reflecteerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van reflecteren?
gereflecteerd, met hebben: ik heb gereflecteerd.
Gebruik je reflecteren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gereflecteerd, hij heeft gereflecteerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.