In the Dutch perfect tense (ik heb gewerkt, ik ben gegaan) you need a helper verb: hebben or zijn. Most verbs take hebben. A smaller group takes zijn, and once you see the logic you will get most of them right.

Hebben: most verbs
Ik heb gewerkt. Wij hebben gegeten. Ze heeft goed geslapen. Hebben jullie de film gezien?
Zijn: moving somewhere or changing state
Many verbs that describe a change of place or state take zijn, usually when there is no direct object. It is a guideline with exceptions: beginnen takes zijn even with an object (Ik ben een cursus begonnen). Some verbs simply need to be learnt with zijn, including zijn, blijven, gebeuren, blijken, lukken and mislukken.
| Verb | Perfect | Meaning |
|---|---|---|
| gaan | ik ben gegaan | I went |
| komen | ik ben gekomen | I came |
| vertrekken | ik ben vertrokken | I left |
| verhuizen | ik ben verhuisd | I moved house |
| worden | ik ben geworden | I became |
| beginnen | ik ben begonnen | I started |
| vallen | ik ben gevallen | I fell |
| gebeuren | het is gebeurd | it happened |
| trouwen | wij zijn getrouwd | we got married |
| zijn | ik ben geweest | I have been |
| blijven | ik ben gebleven | I stayed |
Movement verbs: activity or going somewhere?
Verbs like lopen, fietsen, rijden, zwemmen and vliegen take hebben when the activity itself is the point, and zijn when you move somewhere: to a destination, in a direction or along a route.
- Ik heb een uur gefietst. (I cycled for an hour.)
- Ik ben naar Utrecht gefietst. (I cycled to Utrecht.)
- We hebben in zee gezwommen. (We swam in the sea.)
- We zijn naar de overkant gezwommen. (We swam to the other side.)
Two exam words you will want to use
Ik ben geslaagd! means I passed. Ik ben gezakt means I failed. Both take zijn, and hopefully you only need the first one.
Quick test
1. Ik ... naar Nederland verhuisd. 2. Wij ... pizza gegeten. 3. Ze ... voor haar examen geslaagd. 4. Ik ... gisteren thuis gebleven. 5. Hij ... de hele dag gewerkt. 6. Wat ... er gebeurd?
Answers: 1 ben, 2 hebben, 3 is, 4 ben, 5 heeft, 6 is.
Want the perfect tense to become automatic? Drill the verbs in our free Dutch verb game, and if you are working towards the inburgering or NT2 exam, see NT2 exam preparation online.