Niveau B1 · Regelmäßig
Riskeren konjugieren
riskeren = riskieren
- Infinitiv
- riskeren
- Präteritum
- riskeerde · riskeerden
- Perfekt
- heeft geriskeerd
Kurze Antwort
Riskeren bedeutet riskieren. Präteritum: riskeerde (Singular) und riskeerden (Plural). Partizip Perfekt: geriskeerd, mit hebben: ik heb geriskeerd.
riskeren übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | riskeer |
| jij | riskeert |
| hij/zij/het | riskeert |
| wij | riskeren |
| jullie | riskeren |
| zij | riskeren |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | riskeerde |
| jij | riskeerde |
| hij/zij/het | riskeerde |
| wij | riskeerden |
| jullie | riskeerden |
| zij | riskeerden |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | heb geriskeerd |
| jij | hebt geriskeerd |
| hij/zij/het | heeft geriskeerd |
| wij | hebben geriskeerd |
| jullie | hebben geriskeerd |
| zij | hebben geriskeerd |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | had geriskeerd |
| jij | had geriskeerd |
| hij/zij/het | had geriskeerd |
| wij | hadden geriskeerd |
| jullie | hadden geriskeerd |
| zij | hadden geriskeerd |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal riskeren |
| jij | zult riskeren |
| hij/zij/het | zal riskeren |
| wij | zullen riskeren |
| jullie | zullen riskeren |
| zij | zullen riskeren |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou riskeren |
| jij | zou riskeren |
| hij/zij/het | zou riskeren |
| wij | zouden riskeren |
| jullie | zouden riskeren |
| zij | zouden riskeren |
riskeren üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
riskeren im Satz
Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.
So funktioniert dieses Verb
- Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist riskeer. Im Infinitiv riskeren steht r vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (riskeerde, riskeerden) und das Partizip endet auf -d (geriskeerd).
- Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij riskeert, aber riskeer jij?
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von riskeren?
riskeerde (ik, jij, hij/zij/het) und riskeerden (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von riskeren?
geriskeerd, mit hebben: ik heb geriskeerd.
Wird riskeren mit hebben oder zijn gebildet?
Mit hebben: ik heb geriskeerd, hij heeft geriskeerd.
Weitere Verben
Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.