Dutch Fluency
Узнать свой уровеньУровень
Войти

Уровень B1 · Правильный

Спряжение Riskeren

riskeren = рисковать

Инфинитив
riskeren
Прошедшее
riskeerde · riskeerden
Перфект
heeft geriskeerd

Короткий ответ

Riskeren значит «рисковать». Прошедшее время: riskeerde (ед. ч.) и riskeerden (мн. ч.). Причастие (voltooid deelwoord): geriskeerd, с hebben: ik heb geriskeerd.

Практика: riskeren

Настоящее (tegenwoordige tijd)

ikriskeer
jijriskeert
hij/zij/hetriskeert
wijriskeren
jullieriskeren
zijriskeren

Прошедшее (verleden tijd)

ikriskeerde
jijriskeerde
hij/zij/hetriskeerde
wijriskeerden
jullieriskeerden
zijriskeerden

Перфект (voltooide tijd)

ikheb geriskeerd
jijhebt geriskeerd
hij/zij/hetheeft geriskeerd
wijhebben geriskeerd
julliehebben geriskeerd
zijhebben geriskeerd

Плюсквамперфект (voltooid verleden tijd)

ikhad geriskeerd
jijhad geriskeerd
hij/zij/hethad geriskeerd
wijhadden geriskeerd
julliehadden geriskeerd
zijhadden geriskeerd

Будущее (toekomende tijd)

ikzal riskeren
jijzult riskeren
hij/zij/hetzal riskeren
wijzullen riskeren
julliezullen riskeren
zijzullen riskeren

Условное наклонение (voorwaardelijke wijs)

ikzou riskeren
jijzou riskeren
hij/zij/hetzou riskeren
wijzouden riskeren
julliezouden riskeren
zijzouden riskeren

Практика: riskeren

Шесть коротких форм. Введите ответ, нажмите Enter и сразу узнайте, верно ли.

1 из 60 ✓

Настоящее

ik

riskeren в предложении

Вставьте нужную форму. Предложение подскажет, кто и когда действует, а после проверки вы увидите перевод.

  1. Настоящее

    Ik een boete als ik hier parkeer.

  2. Прошедшее

    De klimmers hun leven voor de top.

  3. Перфект

    Hij zijn baan door te laat te komen.

  4. Придаточное предложение

    Jullie moeten thuisblijven omdat je anders je gezondheid .

Как работает этот глагол

  • Правильный глагол. Основа: riskeer. В инфинитиве riskeren перед -en стоит r, а его нет в 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), поэтому прошедшее время получает -de (riskeerde, riskeerden), а причастие оканчивается на -d (geriskeerd).
  • Когда jij стоит после глагола, -t отпадает: jij riskeert, но riskeer jij?

Вопросы о нидерландских глаголах

Какое прошедшее время у riskeren?

riskeerde (ik, jij, hij/zij/het) и riskeerden (wij, jullie, zij).

Какое причастие (voltooid deelwoord) у riskeren?

geriskeerd, с hebben: ik heb geriskeerd.

С чем употребляется riskeren: с hebben или с zijn?

С hebben: ik heb geriskeerd, hij heeft geriskeerd.

Другие глаголы

Все глаголыВсе глаголы от A до ZОтделяемые глаголы: правила и проверкаПроверка de или het

Хотите перестать всё проверять?

Бесплатный тест уровня покажет, где сейчас ваш нидерландский и что учить дальше.

Формы сверены с Викисловарём. Сложные времена строятся с hebben, zijn, zullen и zou.