Niveau B1 · Regelmäßig, nicht trennbar
Versnellen konjugieren
versnellen = beschleunigen
- Infinitiv
- versnellen
- Präteritum
- versnelde · versnelden
- Perfekt
- heeft / is versneld
Kurze Antwort
Versnellen bedeutet beschleunigen. Präteritum: versnelde (Singular) und versnelden (Plural). Partizip Perfekt: versneld, mit hebben / zijn: ik heb / ben versneld.
versnellen übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | versnel |
| jij | versnelt |
| hij/zij/het | versnelt |
| wij | versnellen |
| jullie | versnellen |
| zij | versnellen |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | versnelde |
| jij | versnelde |
| hij/zij/het | versnelde |
| wij | versnelden |
| jullie | versnelden |
| zij | versnelden |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | heb / ben versneld |
| jij | hebt / bent versneld |
| hij/zij/het | heeft / is versneld |
| wij | hebben / zijn versneld |
| jullie | hebben / zijn versneld |
| zij | hebben / zijn versneld |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was versneld |
| jij | had / was versneld |
| hij/zij/het | had / was versneld |
| wij | hadden / waren versneld |
| jullie | hadden / waren versneld |
| zij | hadden / waren versneld |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal versnellen |
| jij | zult versnellen |
| hij/zij/het | zal versnellen |
| wij | zullen versnellen |
| jullie | zullen versnellen |
| zij | zullen versnellen |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou versnellen |
| jij | zou versnellen |
| hij/zij/het | zou versnellen |
| wij | zouden versnellen |
| jullie | zouden versnellen |
| zij | zouden versnellen |
Versnellen ist nicht trennbar
Das Präfix ver- bleibt in jedem Satz am Verb (ik versnel, dat ik versnel), und das Partizip bekommt kein zusätzliches ge-: versneld.
| Hauptsatz | ik versnel |
| Frage | versnel jij? |
| Nebensatz | … dat ik versnel |
| Mit Modalverb | ik wil versnellen |
| Perfekt | ik heb / ben versneld |
| Mit om ... te | om te versnellen |
| Imperativ | versnel! |
versnellen üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
versnellen im Satz
Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.
So funktioniert dieses Verb
- Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist versnel. Im Infinitiv versnellen steht l vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (versnelde, versnelden) und das Partizip endet auf -d (versneld).
- Verben, die mit be-, ge-, her-, ont-, ver- oder er- beginnen, bekommen im Partizip kein zusätzliches ge-: versneld.
- Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij versnelt, aber versnel jij?
- Hebben oder zijn: hebben für die Tätigkeit selbst, zijn, wenn du sagst, wohin oder was sich verändert hat. Het bedrijf heeft de productie versneld. Zijn hartslag is versneld.
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von versnellen?
versnelde (ik, jij, hij/zij/het) und versnelden (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von versnellen?
versneld, je nach Bedeutung mit hebben oder zijn: Het bedrijf heeft de productie versneld. Zijn hartslag is versneld.
Wird versnellen mit hebben oder zijn gebildet?
Beides, je nach Bedeutung: Het bedrijf heeft de productie versneld. Zijn hartslag is versneld.
Ist versnellen ein trennbares Verb?
Nein. Das Präfix ver- wird von versnellen nie abgetrennt (ik versnel, dat ik versnel), und das Partizip bekommt kein zusätzliches ge-: versneld.
Weitere Verben
Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.