Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular

Verliezen conjugation

verliezen = to lose

Infinitive
verliezen
Past
verloor · verloren
Perfect
heeft verloren

Quick answer

Verliezen means to lose. Past tense: verloor (singular) and verloren (plural). Past participle: verloren, with hebben: ik heb verloren.

Practise verliezen

Present (tegenwoordige tijd)

ikverlies
jijverliest
hij/zij/hetverliest
wijverliezen
jullieverliezen
zijverliezen

Past (verleden tijd)

ikverloor
jijverloor
hij/zij/hetverloor
wijverloren
jullieverloren
zijverloren

Perfect (voltooide tijd)

ikheb verloren
jijhebt verloren
hij/zij/hetheeft verloren
wijhebben verloren
julliehebben verloren
zijhebben verloren

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad verloren
jijhad verloren
hij/zij/hethad verloren
wijhadden verloren
julliehadden verloren
zijhadden verloren

Future (toekomende tijd)

ikzal verliezen
jijzult verliezen
hij/zij/hetzal verliezen
wijzullen verliezen
julliezullen verliezen
zijzullen verliezen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou verliezen
jijzou verliezen
hij/zij/hetzou verliezen
wijzouden verliezen
julliezouden verliezen
zijzouden verliezen

Practise verliezen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: verliezen, verloor, verloren.
  • Verbs that start with be-, ge-, her-, ont-, ver- or er- get no extra ge- in the participle: verloren.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij verliest, but verlies jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of verliezen?

verloor (ik, jij, hij/zij/het) and verloren (wij, jullie, zij).

What is the past participle of verliezen?

verloren, with hebben: ik heb verloren.

Is verliezen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb verloren, hij heeft verloren.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.