Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular

Krimpen conjugation

krimpen = to shrink

Infinitive
krimpen
Past
kromp · krompen
Perfect
is gekrompen

Quick answer

Krimpen means to shrink. Past tense: kromp (singular) and krompen (plural). Past participle: gekrompen, with zijn: ik ben gekrompen.

Practise krimpen

Present (tegenwoordige tijd)

ikkrimp
jijkrimpt
hij/zij/hetkrimpt
wijkrimpen
julliekrimpen
zijkrimpen

Past (verleden tijd)

ikkromp
jijkromp
hij/zij/hetkromp
wijkrompen
julliekrompen
zijkrompen

Perfect (voltooide tijd)

ikben gekrompen
jijbent gekrompen
hij/zij/hetis gekrompen
wijzijn gekrompen
julliezijn gekrompen
zijzijn gekrompen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikwas gekrompen
jijwas gekrompen
hij/zij/hetwas gekrompen
wijwaren gekrompen
julliewaren gekrompen
zijwaren gekrompen

Future (toekomende tijd)

ikzal krimpen
jijzult krimpen
hij/zij/hetzal krimpen
wijzullen krimpen
julliezullen krimpen
zijzullen krimpen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou krimpen
jijzou krimpen
hij/zij/hetzou krimpen
wijzouden krimpen
julliezouden krimpen
zijzouden krimpen

Practise krimpen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: krimpen, kromp, gekrompen.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij krimpt, but krimp jij?
  • Perfect tense with zijn: ik ben gekrompen, not ik heb gekrompen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of krimpen?

kromp (ik, jij, hij/zij/het) and krompen (wij, jullie, zij).

What is the past participle of krimpen?

gekrompen, with zijn: ik ben gekrompen.

Is krimpen used with hebben or zijn?

With zijn: ik ben gekrompen, hij is gekrompen.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.