Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Lonen conjugation

lonen = to be worthwhile

Infinitive
lonen
Past
loonde · loonden
Perfect
heeft geloond

Quick answer

Lonen means to be worthwhile. Past tense: loonde (singular) and loonden (plural). Past participle: geloond, with hebben: ik heb geloond.

Practise lonen

Present (tegenwoordige tijd)

ikloon
jijloont
hij/zij/hetloont
wijlonen
jullielonen
zijlonen

Past (verleden tijd)

ikloonde
jijloonde
hij/zij/hetloonde
wijloonden
jullieloonden
zijloonden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geloond
jijhebt geloond
hij/zij/hetheeft geloond
wijhebben geloond
julliehebben geloond
zijhebben geloond

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geloond
jijhad geloond
hij/zij/hethad geloond
wijhadden geloond
julliehadden geloond
zijhadden geloond

Future (toekomende tijd)

ikzal lonen
jijzult lonen
hij/zij/hetzal lonen
wijzullen lonen
julliezullen lonen
zijzullen lonen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou lonen
jijzou lonen
hij/zij/hetzou lonen
wijzouden lonen
julliezouden lonen
zijzouden lonen

Practise lonen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is loon. The infinitive lonen has n before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (loonde, loonden) and the participle ends in -d (geloond).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij loont, but loon jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of lonen?

loonde (ik, jij, hij/zij/het) and loonden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of lonen?

geloond, with hebben: ik heb geloond.

Is lonen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geloond, hij heeft geloond.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.