Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Observeren conjugation

observeren = to observe

Infinitive
observeren
Past
observeerde · observeerden
Perfect
heeft geobserveerd

Quick answer

Observeren means to observe. Past tense: observeerde (singular) and observeerden (plural). Past participle: geobserveerd, with hebben: ik heb geobserveerd.

Practise observeren

Present (tegenwoordige tijd)

ikobserveer
jijobserveert
hij/zij/hetobserveert
wijobserveren
jullieobserveren
zijobserveren

Past (verleden tijd)

ikobserveerde
jijobserveerde
hij/zij/hetobserveerde
wijobserveerden
jullieobserveerden
zijobserveerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geobserveerd
jijhebt geobserveerd
hij/zij/hetheeft geobserveerd
wijhebben geobserveerd
julliehebben geobserveerd
zijhebben geobserveerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geobserveerd
jijhad geobserveerd
hij/zij/hethad geobserveerd
wijhadden geobserveerd
julliehadden geobserveerd
zijhadden geobserveerd

Future (toekomende tijd)

ikzal observeren
jijzult observeren
hij/zij/hetzal observeren
wijzullen observeren
julliezullen observeren
zijzullen observeren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou observeren
jijzou observeren
hij/zij/hetzou observeren
wijzouden observeren
julliezouden observeren
zijzouden observeren

Practise observeren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is observeer. The infinitive observeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (observeerde, observeerden) and the participle ends in -d (geobserveerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij observeert, but observeer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of observeren?

observeerde (ik, jij, hij/zij/het) and observeerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of observeren?

geobserveerd, with hebben: ik heb geobserveerd.

Is observeren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geobserveerd, hij heeft geobserveerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.