Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular, separable

Conjugación de Aanmaken

aanmaken = preparar

Infinitivo
aanmaken
Pasado
maakte aan · maakten aan
Perfecto
heeft aangemaakt

Respuesta rápida

Aanmaken significa preparar. Pasado: maakte aan (singular) y maakten aan (plural). Participio: aangemaakt, con hebben: ik heb aangemaakt.

Practica aanmaken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikmaak aan
jijmaakt aan
hij/zij/hetmaakt aan
wijmaken aan
julliemaken aan
zijmaken aan

Pasado (verleden tijd)

ikmaakte aan
jijmaakte aan
hij/zij/hetmaakte aan
wijmaakten aan
julliemaakten aan
zijmaakten aan

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb aangemaakt
jijhebt aangemaakt
hij/zij/hetheeft aangemaakt
wijhebben aangemaakt
julliehebben aangemaakt
zijhebben aangemaakt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad aangemaakt
jijhad aangemaakt
hij/zij/hethad aangemaakt
wijhadden aangemaakt
julliehadden aangemaakt
zijhadden aangemaakt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal aanmaken
jijzult aanmaken
hij/zij/hetzal aanmaken
wijzullen aanmaken
julliezullen aanmaken
zijzullen aanmaken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanmaken
jijzou aanmaken
hij/zij/hetzou aanmaken
wijzouden aanmaken
julliezouden aanmaken
zijzouden aanmaken

Aanmaken es un verbo separable

En una oración principal aan va al final (ik maak aan). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik aanmaak). Participio: aangemaakt.

Oración principalik maak aan
Preguntamaak jij aan?
Oración subordinada… dat ik aanmaak
Con un verbo modalik wil aanmaken
Pretérito perfectoik heb aangemaakt
Con om ... teom aan te maken
Imperativomaak aan!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica aanmaken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

aanmaken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn zus de salade vlak voor het eten .

  2. Pasado

    De kok gisteren een lekkere saus .

  3. Pretérito perfecto

    Jullie de soep te vroeg .

  4. Presente

    Wij de pap altijd met warme melk .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es maak. En el infinitivo maken hay una k antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (maakte, maakten) y el participio termina en -t (aangemaakt).
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo aan va al final: ik maak aan. En una subordinada se queda unido: ... dat ik aanmaak, ... dat ik aanmaakte.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: aangemaakt.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de aanmaken?

maakte aan (ik, jij, hij/zij/het) y maakten aan (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de aanmaken?

aangemaakt, con hebben: ik heb aangemaakt.

¿El verbo aanmaken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb aangemaakt, hij heeft aangemaakt.

¿Es aanmaken un verbo separable?

Sí. En una oración principal aan va al final (ik maak aan), en una subordinada permanece unido (dat ik aanmaak). Participio: aangemaakt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.