Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Arriveren

arriveren = llegar

Infinitivo
arriveren
Pasado
arriveerde · arriveerden
Perfecto
is gearriveerd

Respuesta rápida

Arriveren significa llegar. Pasado: arriveerde (singular) y arriveerden (plural). Participio: gearriveerd, con zijn: ik ben gearriveerd.

Practica arriveren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikarriveer
jijarriveert
hij/zij/hetarriveert
wijarriveren
julliearriveren
zijarriveren

Pasado (verleden tijd)

ikarriveerde
jijarriveerde
hij/zij/hetarriveerde
wijarriveerden
julliearriveerden
zijarriveerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben gearriveerd
jijbent gearriveerd
hij/zij/hetis gearriveerd
wijzijn gearriveerd
julliezijn gearriveerd
zijzijn gearriveerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas gearriveerd
jijwas gearriveerd
hij/zij/hetwas gearriveerd
wijwaren gearriveerd
julliewaren gearriveerd
zijwaren gearriveerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal arriveren
jijzult arriveren
hij/zij/hetzal arriveren
wijzullen arriveren
julliezullen arriveren
zijzullen arriveren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou arriveren
jijzou arriveren
hij/zij/hetzou arriveren
wijzouden arriveren
julliezouden arriveren
zijzouden arriveren

Practica arriveren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

arriveren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Pasado

    Mijn gasten te laat voor het feest.

  2. Oración subordinada

    Wij gaan eten als jullie .

  3. Pasado

    Ik op het vliegveld toen het begon te regenen.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es arriveer. En el infinitivo arriveren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (arriveerde, arriveerden) y el participio termina en -d (gearriveerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij arriveert, pero arriveer jij?
  • Perfecto con zijn: ik ben gearriveerd, no ik heb gearriveerd.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de arriveren?

arriveerde (ik, jij, hij/zij/het) y arriveerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de arriveren?

gearriveerd, con zijn: ik ben gearriveerd.

¿El verbo arriveren va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben gearriveerd, hij is gearriveerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.