Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular, no separable

Conjugación de Bedekken

bedekken = cubrir

Infinitivo
bedekken
Pasado
bedekte · bedekten
Perfecto
heeft bedekt

Respuesta rápida

Bedekken significa cubrir. Pasado: bedekte (singular) y bedekten (plural). Participio: bedekt, con hebben: ik heb bedekt.

Practica bedekken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbedek
jijbedekt
hij/zij/hetbedekt
wijbedekken
julliebedekken
zijbedekken

Pasado (verleden tijd)

ikbedekte
jijbedekte
hij/zij/hetbedekte
wijbedekten
julliebedekten
zijbedekten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb bedekt
jijhebt bedekt
hij/zij/hetheeft bedekt
wijhebben bedekt
julliehebben bedekt
zijhebben bedekt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad bedekt
jijhad bedekt
hij/zij/hethad bedekt
wijhadden bedekt
julliehadden bedekt
zijhadden bedekt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal bedekken
jijzult bedekken
hij/zij/hetzal bedekken
wijzullen bedekken
julliezullen bedekken
zijzullen bedekken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bedekken
jijzou bedekken
hij/zij/hetzou bedekken
wijzouden bedekken
julliezouden bedekken
zijzouden bedekken

Bedekken no es separable

El prefijo be- permanece unido al verbo en todas las oraciones (ik bedek, dat ik bedek), y el participio no lleva ge- adicional: bedekt.

Oración principalik bedek
Preguntabedek jij?
Oración subordinada… dat ik bedek
Con un verbo modalik wil bedekken
Pretérito perfectoik heb bedekt
Con om ... teom te bedekken
Imperativobedek!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica bedekken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

bedekken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De sneeuw de hele tuin.

  2. Pasado

    Hij de tafel met een mooi laken.

  3. Pretérito perfecto

    Wij de meubels met een zeil .

  4. Oración subordinada

    Ik weet dat jullie de bank altijd .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es bedek. En el infinitivo bedekken hay una k antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (bedekte, bedekten) y el participio termina en -t (bedekt).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: bedekt.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij bedekt, pero bedek jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de bedekken?

bedekte (ik, jij, hij/zij/het) y bedekten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de bedekken?

bedekt, con hebben: ik heb bedekt.

¿El verbo bedekken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb bedekt, hij heeft bedekt.

¿Es bedekken un verbo separable?

No. El prefijo be- nunca se separa de bedekken (ik bedek, dat ik bedek), y el participio no lleva ge- adicional: bedekt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.