Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Irregular, separable

Optrekken conjugation

optrekken = to pull up, rise

Infinitive
optrekken
Past
trok op · trokken op
Perfect
heeft / is opgetrokken

Quick answer

Optrekken means to pull up, rise. Past tense: trok op (singular) and trokken op (plural). Past participle: opgetrokken, with hebben / zijn: ik heb / ben opgetrokken.

Practise optrekken

Present (tegenwoordige tijd)

iktrek op
jijtrekt op
hij/zij/hettrekt op
wijtrekken op
jullietrekken op
zijtrekken op

Past (verleden tijd)

iktrok op
jijtrok op
hij/zij/hettrok op
wijtrokken op
jullietrokken op
zijtrokken op

Perfect (voltooide tijd)

ikheb / ben opgetrokken
jijhebt / bent opgetrokken
hij/zij/hetheeft / is opgetrokken
wijhebben / zijn opgetrokken
julliehebben / zijn opgetrokken
zijhebben / zijn opgetrokken

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad / was opgetrokken
jijhad / was opgetrokken
hij/zij/hethad / was opgetrokken
wijhadden / waren opgetrokken
julliehadden / waren opgetrokken
zijhadden / waren opgetrokken

Future (toekomende tijd)

ikzal optrekken
jijzult optrekken
hij/zij/hetzal optrekken
wijzullen optrekken
julliezullen optrekken
zijzullen optrekken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou optrekken
jijzou optrekken
hij/zij/hetzou optrekken
wijzouden optrekken
julliezouden optrekken
zijzouden optrekken

Optrekken is a separable verb

In a main clause op goes to the end (ik trek op). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik optrek). Participle: opgetrokken.

Main clauseik trek op
Questiontrek jij op?
Subordinate clause… dat ik optrek
With a modal verbik wil optrekken
Perfect tenseik heb / ben opgetrokken
With om ... teom op te trekken
Imperativetrek op!

Separable verbs: rules and checker

Practise optrekken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: optrekken, trok op, opgetrokken.
  • Separable verb. In a main clause the prefix op goes to the end: ik trek op. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik optrek, ... dat ik optrok.
  • In the participle, ge goes between the two parts: opgetrokken.
  • Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. Hij heeft zijn broek opgetrokken. De mist is opgetrokken.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of optrekken?

trok op (ik, jij, hij/zij/het) and trokken op (wij, jullie, zij).

What is the past participle of optrekken?

opgetrokken, with hebben or zijn depending on the meaning: Hij heeft zijn broek opgetrokken. De mist is opgetrokken.

Is optrekken used with hebben or zijn?

Both, depending on the meaning: Hij heeft zijn broek opgetrokken. De mist is opgetrokken.

Is optrekken a separable verb?

Yes. In a main clause op goes to the end (ik trek op), in a subordinate clause it stays attached (dat ik optrek). Participle: opgetrokken.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.