Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Bombarderen

bombarderen = bombardear, abrumar

Infinitivo
bombarderen
Pasado
bombardeerde · bombardeerden
Perfecto
heeft gebombardeerd

Respuesta rápida

Bombarderen significa bombardear, abrumar. Pasado: bombardeerde (singular) y bombardeerden (plural). Participio: gebombardeerd, con hebben: ik heb gebombardeerd.

Practica bombarderen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikbombardeer
jijbombardeert
hij/zij/hetbombardeert
wijbombarderen
julliebombarderen
zijbombarderen

Pasado (verleden tijd)

ikbombardeerde
jijbombardeerde
hij/zij/hetbombardeerde
wijbombardeerden
julliebombardeerden
zijbombardeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gebombardeerd
jijhebt gebombardeerd
hij/zij/hetheeft gebombardeerd
wijhebben gebombardeerd
julliehebben gebombardeerd
zijhebben gebombardeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gebombardeerd
jijhad gebombardeerd
hij/zij/hethad gebombardeerd
wijhadden gebombardeerd
julliehadden gebombardeerd
zijhadden gebombardeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal bombarderen
jijzult bombarderen
hij/zij/hetzal bombarderen
wijzullen bombarderen
julliezullen bombarderen
zijzullen bombarderen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bombarderen
jijzou bombarderen
hij/zij/hetzou bombarderen
wijzouden bombarderen
julliezouden bombarderen
zijzouden bombarderen

Practica bombarderen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

bombarderen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn collega's mij elke dag met vragen.

  2. Pasado

    De vijand de brug in de nacht.

  3. Pretérito perfecto

    De fans de zanger met bloemen .

  4. Oración subordinada

    Ik word moe als jullie me de hele dag met berichtjes .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es bombardeer. En el infinitivo bombarderen hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (bombardeerde, bombardeerden) y el participio termina en -d (gebombardeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij bombardeert, pero bombardeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de bombarderen?

bombardeerde (ik, jij, hij/zij/het) y bombardeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de bombarderen?

gebombardeerd, con hebben: ik heb gebombardeerd.

¿El verbo bombarderen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gebombardeerd, hij heeft gebombardeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.