Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular, separable

Aanleggen conjugation

aanleggen = to construct

Infinitive
aanleggen
Past
legde aan · legden aan
Perfect
heeft aangelegd

Quick answer

Aanleggen means to construct. Past tense: legde aan (singular) and legden aan (plural). Past participle: aangelegd, with hebben: ik heb aangelegd.

Practise aanleggen

Present (tegenwoordige tijd)

ikleg aan
jijlegt aan
hij/zij/hetlegt aan
wijleggen aan
jullieleggen aan
zijleggen aan

Past (verleden tijd)

iklegde aan
jijlegde aan
hij/zij/hetlegde aan
wijlegden aan
jullielegden aan
zijlegden aan

Perfect (voltooide tijd)

ikheb aangelegd
jijhebt aangelegd
hij/zij/hetheeft aangelegd
wijhebben aangelegd
julliehebben aangelegd
zijhebben aangelegd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad aangelegd
jijhad aangelegd
hij/zij/hethad aangelegd
wijhadden aangelegd
julliehadden aangelegd
zijhadden aangelegd

Future (toekomende tijd)

ikzal aanleggen
jijzult aanleggen
hij/zij/hetzal aanleggen
wijzullen aanleggen
julliezullen aanleggen
zijzullen aanleggen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanleggen
jijzou aanleggen
hij/zij/hetzou aanleggen
wijzouden aanleggen
julliezouden aanleggen
zijzouden aanleggen

Aanleggen is a separable verb

In a main clause aan goes to the end (ik leg aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aanleg). Participle: aangelegd.

Main clauseik leg aan
Questionleg jij aan?
Subordinate clause… dat ik aanleg
With a modal verbik wil aanleggen
Perfect tenseik heb aangelegd
With om ... teom aan te leggen
Imperativeleg aan!

Separable verbs: rules and checker

Practise aanleggen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is leg. The infinitive leggen has g before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (legde, legden) and the participle ends in -d (aangelegd).
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik leg aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aanleg, ... dat ik aanlegde.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangelegd.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aanleggen?

legde aan (ik, jij, hij/zij/het) and legden aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aanleggen?

aangelegd, with hebben: ik heb aangelegd.

Is aanleggen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb aangelegd, hij heeft aangelegd.

Is aanleggen a separable verb?

Yes. In a main clause aan goes to the end (ik leg aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aanleg). Participle: aangelegd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.