Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Fascineren

fascineren = fascinar, cautivar

Infinitivo
fascineren
Pasado
fascineerde · fascineerden
Perfecto
heeft gefascineerd

Respuesta rápida

Fascineren significa fascinar, cautivar. Pasado: fascineerde (singular) y fascineerden (plural). Participio: gefascineerd, con hebben: ik heb gefascineerd.

Practica fascineren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikfascineer
jijfascineert
hij/zij/hetfascineert
wijfascineren
julliefascineren
zijfascineren

Pasado (verleden tijd)

ikfascineerde
jijfascineerde
hij/zij/hetfascineerde
wijfascineerden
julliefascineerden
zijfascineerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gefascineerd
jijhebt gefascineerd
hij/zij/hetheeft gefascineerd
wijhebben gefascineerd
julliehebben gefascineerd
zijhebben gefascineerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gefascineerd
jijhad gefascineerd
hij/zij/hethad gefascineerd
wijhadden gefascineerd
julliehadden gefascineerd
zijhadden gefascineerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal fascineren
jijzult fascineren
hij/zij/hetzal fascineren
wijzullen fascineren
julliezullen fascineren
zijzullen fascineren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou fascineren
jijzou fascineren
hij/zij/hetzou fascineren
wijzouden fascineren
julliezouden fascineren
zijzouden fascineren

Practica fascineren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

fascineren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Het ruimteprogramma mijn zoon al jaren.

  2. Pasado

    Die oude film mij als kind enorm.

  3. Pretérito perfecto

    De mooie toespraak het publiek .

  4. Oración subordinada

    Ik lees dat boek graag, omdat het verhaal mij zo .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es fascineer. En el infinitivo fascineren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (fascineerde, fascineerden) y el participio termina en -d (gefascineerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij fascineert, pero fascineer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de fascineren?

fascineerde (ik, jij, hij/zij/het) y fascineerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de fascineren?

gefascineerd, con hebben: ik heb gefascineerd.

¿El verbo fascineren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gefascineerd, hij heeft gefascineerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.