Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Fascineren conjugation

fascineren = to fascinate, to captivate

Infinitive
fascineren
Past
fascineerde · fascineerden
Perfect
heeft gefascineerd

Quick answer

Fascineren means to fascinate, to captivate. Past tense: fascineerde (singular) and fascineerden (plural). Past participle: gefascineerd, with hebben: ik heb gefascineerd.

Practise fascineren

Present (tegenwoordige tijd)

ikfascineer
jijfascineert
hij/zij/hetfascineert
wijfascineren
julliefascineren
zijfascineren

Past (verleden tijd)

ikfascineerde
jijfascineerde
hij/zij/hetfascineerde
wijfascineerden
julliefascineerden
zijfascineerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gefascineerd
jijhebt gefascineerd
hij/zij/hetheeft gefascineerd
wijhebben gefascineerd
julliehebben gefascineerd
zijhebben gefascineerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gefascineerd
jijhad gefascineerd
hij/zij/hethad gefascineerd
wijhadden gefascineerd
julliehadden gefascineerd
zijhadden gefascineerd

Future (toekomende tijd)

ikzal fascineren
jijzult fascineren
hij/zij/hetzal fascineren
wijzullen fascineren
julliezullen fascineren
zijzullen fascineren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou fascineren
jijzou fascineren
hij/zij/hetzou fascineren
wijzouden fascineren
julliezouden fascineren
zijzouden fascineren

Practise fascineren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is fascineer. The infinitive fascineren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (fascineerde, fascineerden) and the participle ends in -d (gefascineerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij fascineert, but fascineer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of fascineren?

fascineerde (ik, jij, hij/zij/het) and fascineerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of fascineren?

gefascineerd, with hebben: ik heb gefascineerd.

Is fascineren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gefascineerd, hij heeft gefascineerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.