Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Fascineren
fascineren = to fascinate, to captivate
- Hele werkwoord
- fascineren
- Verleden tijd
- fascineerde · fascineerden
- Voltooide tijd
- heeft gefascineerd
Kort antwoord
Fascineren is in het Engels to fascinate, to captivate. Verleden tijd: fascineerde (enkelvoud) en fascineerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gefascineerd, met hebben: ik heb gefascineerd.
Oefen fascinerenTegenwoordige tijd
| ik | fascineer |
| jij | fascineert |
| hij/zij/het | fascineert |
| wij | fascineren |
| jullie | fascineren |
| zij | fascineren |
Verleden tijd
| ik | fascineerde |
| jij | fascineerde |
| hij/zij/het | fascineerde |
| wij | fascineerden |
| jullie | fascineerden |
| zij | fascineerden |
Voltooide tijd
| ik | heb gefascineerd |
| jij | hebt gefascineerd |
| hij/zij/het | heeft gefascineerd |
| wij | hebben gefascineerd |
| jullie | hebben gefascineerd |
| zij | hebben gefascineerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gefascineerd |
| jij | had gefascineerd |
| hij/zij/het | had gefascineerd |
| wij | hadden gefascineerd |
| jullie | hadden gefascineerd |
| zij | hadden gefascineerd |
Toekomende tijd
| ik | zal fascineren |
| jij | zult fascineren |
| hij/zij/het | zal fascineren |
| wij | zullen fascineren |
| jullie | zullen fascineren |
| zij | zullen fascineren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou fascineren |
| jij | zou fascineren |
| hij/zij/het | zou fascineren |
| wij | zouden fascineren |
| jullie | zouden fascineren |
| zij | zouden fascineren |
Oefen fascineren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
fascineren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is fascineer. In fascineren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (fascineerde, fascineerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gefascineerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij fascineert, maar fascineer jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van fascineren?
fascineerde (ik, jij, hij/zij/het) en fascineerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van fascineren?
gefascineerd, met hebben: ik heb gefascineerd.
Gebruik je fascineren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gefascineerd, hij heeft gefascineerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.