Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Informeren

informeren = informar, preguntar

Infinitivo
informeren
Pasado
informeerde · informeerden
Perfecto
heeft geïnformeerd

Respuesta rápida

Informeren significa informar, preguntar. Pasado: informeerde (singular) y informeerden (plural). Participio: geïnformeerd, con hebben: ik heb geïnformeerd.

Practica informeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikinformeer
jijinformeert
hij/zij/hetinformeert
wijinformeren
jullieinformeren
zijinformeren

Pasado (verleden tijd)

ikinformeerde
jijinformeerde
hij/zij/hetinformeerde
wijinformeerden
jullieinformeerden
zijinformeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geïnformeerd
jijhebt geïnformeerd
hij/zij/hetheeft geïnformeerd
wijhebben geïnformeerd
julliehebben geïnformeerd
zijhebben geïnformeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geïnformeerd
jijhad geïnformeerd
hij/zij/hethad geïnformeerd
wijhadden geïnformeerd
julliehadden geïnformeerd
zijhadden geïnformeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal informeren
jijzult informeren
hij/zij/hetzal informeren
wijzullen informeren
julliezullen informeren
zijzullen informeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou informeren
jijzou informeren
hij/zij/hetzou informeren
wijzouden informeren
julliezouden informeren
zijzouden informeren

Practica informeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

informeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De school de ouders per e-mail over de uitjes.

  2. Pasado

    De dokter de patiënt over de uitslag.

  3. Pretérito perfecto

    Ik je gisteren al over de nieuwe tijden.

  4. Oración subordinada

    Hij belde het hotel omdat hij wilde naar een kamer.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es informeer. En el infinitivo informeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (informeerde, informeerden) y el participio termina en -d (geïnformeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij informeert, pero informeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de informeren?

informeerde (ik, jij, hij/zij/het) y informeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de informeren?

geïnformeerd, con hebben: ik heb geïnformeerd.

¿El verbo informeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geïnformeerd, hij heeft geïnformeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.