Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular

Conjugación de Knijpen

knijpen = pellizcar, apretar

Infinitivo
knijpen
Pasado
kneep · knepen
Perfecto
heeft geknepen

Respuesta rápida

Knijpen significa pellizcar, apretar. Pasado: kneep (singular) y knepen (plural). Participio: geknepen, con hebben: ik heb geknepen.

Practica knijpen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikknijp
jijknijpt
hij/zij/hetknijpt
wijknijpen
jullieknijpen
zijknijpen

Pasado (verleden tijd)

ikkneep
jijkneep
hij/zij/hetkneep
wijknepen
jullieknepen
zijknepen

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geknepen
jijhebt geknepen
hij/zij/hetheeft geknepen
wijhebben geknepen
julliehebben geknepen
zijhebben geknepen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geknepen
jijhad geknepen
hij/zij/hethad geknepen
wijhadden geknepen
julliehadden geknepen
zijhadden geknepen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal knijpen
jijzult knijpen
hij/zij/hetzal knijpen
wijzullen knijpen
julliezullen knijpen
zijzullen knijpen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou knijpen
jijzou knijpen
hij/zij/hetzou knijpen
wijzouden knijpen
julliezouden knijpen
zijzouden knijpen

Practica knijpen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

knijpen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn zus me altijd in mijn arm.

  2. Pasado

    De dokter zachtjes in mijn voet.

  3. Pretérito perfecto

    Het kind in de zachte kussens .

  4. Oración subordinada

    Ik voel pijn als jij zo hard in mijn hand .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: knijpen, kneep, geknepen.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij knijpt, pero knijp jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de knijpen?

kneep (ik, jij, hij/zij/het) y knepen (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de knijpen?

geknepen, con hebben: ik heb geknepen.

¿El verbo knijpen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geknepen, hij heeft geknepen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.