Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Presteren conjugation

presteren = to perform

Infinitive
presteren
Past
presteerde · presteerden
Perfect
heeft gepresteerd

Quick answer

Presteren means to perform. Past tense: presteerde (singular) and presteerden (plural). Past participle: gepresteerd, with hebben: ik heb gepresteerd.

Practise presteren

Present (tegenwoordige tijd)

ikpresteer
jijpresteert
hij/zij/hetpresteert
wijpresteren
julliepresteren
zijpresteren

Past (verleden tijd)

ikpresteerde
jijpresteerde
hij/zij/hetpresteerde
wijpresteerden
julliepresteerden
zijpresteerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gepresteerd
jijhebt gepresteerd
hij/zij/hetheeft gepresteerd
wijhebben gepresteerd
julliehebben gepresteerd
zijhebben gepresteerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gepresteerd
jijhad gepresteerd
hij/zij/hethad gepresteerd
wijhadden gepresteerd
julliehadden gepresteerd
zijhadden gepresteerd

Future (toekomende tijd)

ikzal presteren
jijzult presteren
hij/zij/hetzal presteren
wijzullen presteren
julliezullen presteren
zijzullen presteren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou presteren
jijzou presteren
hij/zij/hetzou presteren
wijzouden presteren
julliezouden presteren
zijzouden presteren

Practise presteren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is presteer. The infinitive presteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (presteerde, presteerden) and the participle ends in -d (gepresteerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij presteert, but presteer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of presteren?

presteerde (ik, jij, hij/zij/het) and presteerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of presteren?

gepresteerd, with hebben: ik heb gepresteerd.

Is presteren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gepresteerd, hij heeft gepresteerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.